Ecosystemen als totaaloplossing voor regionaal economisch beleid

gepubliceerd

Oud-ERAC-collega Jos van den Broek promoveert aan de Radboud Universiteit Nijmegen, met een indrukwekkende verzameling aan kennis op het terrein van grensoverschrijdende innovatiesystemen. Het proefschrift van Jos laat heel goed zien dat we in de dagelijkse praktijk soms één aspect vergeten...en dat is dat regionale economie toch echt een wetenschappelijk vakgebied is.

Onlangs promoveerde Jos van den Broek (oud-ERAC-collega) aan de Radboud Universiteit Nijmegen, met een indrukwekkende verzameling aan kennis op het terrein van grensoverschrijdende innovatiesystemen (titel: Agency and institutions in the construction of cross-border innovation spaces).Ik ben vooral trots op Jos, en hulde voor de reis die daarvoor nodig is geweest voor hem om dat in de combinatie werk-proefschrift-gezin te realiseren.

‘Het ‘ecosystemen mantra’, heeft in 2018 bij mij de prijs gewonnen als professionele ergernis van het jaar. Daarmee neemt ‘het ecosysteem’ het stokje over van de ‘cross-overs’, die er in 2017 met deze gerenommeerde prijs vandoor ging’

De eerste jaren heb ik meegeschreven aan twee gepubliceerde artikelen over ons concept: multi-level institutional architectures in cross-border innovation systems. Over hoe institutionele factoren aan beide zijden van de grens, innovatieprocessen beïnvloeden (vooral in negatieve zin) en hoe dit kan worden vertaald naar het concept van grensoverschrijdende innovatiesystemen.

Bij het lezen van Jos zijn proefschrift, bekroop me wel een ongemakkelijk gevoel. En dat is de rol die wetenschap speelt in ons vakgebied. Ik zie in toenemende mate dat deze waardevolle wetenschappelijke inzichten verkeerd worden gebruikt, met uiteraard de beste intenties. Want zeg nu zelf: slimme specialisatie is schijnbaar nog altijd geen aanleiding voor menig beleidsmaker om te kiezen voor focus op het niveau waarop dit is bedoeld, clusters worden met netwerken verhaspeld, en ontwikkelingsmaatschappijen ontlenen hun bestaansrecht aan de functie van ecosystemen. Gek genoeg een aardige dosis wetenschappelijke verwijzingen, maar in de praktijk slecht vertaald zullen we maar zeggen.

‘Het proefschrift van Jos laat weer heel goed zien dat we in de dagelijkse praktijk soms één aspect vergeten. Dat is dat regionale economie toch echt een wetenschappelijk vakgebied is’

Het ‘ecosystemen mantra’, heeft in 2018 bij mij de prijs gewonnen als grootste professionele ergernis van het jaar. Daarmee neemt het ecosysteem het stokje over van de ‘cross-overs’, die er in 2017 met deze gerenommeerde prijs vandoor ging.

Slaat het ecosysteem dan nergens op?

  • Nee, want het concept (!) van regionale innovatie ecosystemen is zeer waardevol voor het begrijpen van de onderliggende economische mechanismen in de regio. En vooral het institutionele subsysteem daaronder. En daarmee kan het bijzonder waardevol zijn voor beleid. Het overgrote deel van de wetenschappelijke literatuur onderschrijft dit concept.
  • Inderdaad, want het wordt inmiddels als een one-size-fits-all oplossing gebruikt voor allerlei goedbedoelde beleidsideetjes die er leven om de regio verder te helpen. Uyarra (2009) spreekt dan ook heel mooi dat het politieke proces hierachter een ‘goedaardige black box’ is;

Vooral de aanbodgerichte ‘opvulling van witte vlekken in het ecosysteem’ is een hardnekkig fenomeen. Denk daarbij in de praktijk aan: ‘er moet een revolverend fonds komen om innovatie te versnellen in sector X’, ‘we moeten een nieuwe multi-national creëren’, ‘we richten een ontwikkelingsmaatschappij op om het ecosysteem te ontwikkelen’, Het ecosysteem wordt tegenwoordig in alle regio’s gebruikt om organisaties op te tuigen of projecten te bouwen.

Hier moet ik helaas vaak constateren dat het fonds een paar jaar later geen projecten financiert vanwege de beperkte vraag, dat de nieuwe ASML op zich laat wachten omdat het toch niet lukt om een bedrijf in vijf jaar met business coaching te laten groeien tot dominante multi-national, en dat de ontwikkelingsmaatschappij kritiek op haar activiteiten ontvangt omdat nooit is aangegeven wat nu wordt bedoeld met ecosysteem ontwikkeling, en hoe je dit helder afrekenbaar maakt voor de politiek.

‘…blijft het dus van belang om kritisch te zijn op het kantelpunt waar een waardevol wetenschappelijk concept omslaat naar een instant beleidsoplossing.’

In mijn optiek teveel voorbeelden zoals hierboven. Het is zonde van de publieke investering en zonde van de inhuur van experts die op iedere vraag ‘ja’ antwoorden om maar muntjes te verdienen. Vanwege dit soort voorbeelden blijft het dus van belang om kritisch te zijn op het kantelpunt waar een waardevol wetenschappelijk concept voor beleid, omslaat naar een instant beleidsoplossing. Wat mij betreft is het nog altijd een symptoom van de maakbare economie. Mondialisering in het economische domein zou ons inmiddels toch wat genuanceerder moeten stemmen.

In de literatuur wordt voor deze tendens gewaarschuwd, zonder dat het belang van de beleidsdimensie te kort wordt gedaan. Regionaal economisch beleid kan van nog meer meerwaarde zijn als er meer aandacht wordt besteed aan de onderliggende systematische mechanismen, als de interactie met andere institutionele arrangementen op andere geografische schaalniveaus wordt geanalyseerd, en succes niet te vaak wordt geclaimd door een gegeneraliseerde conclusie van een paar succesvolle casussen.

Het proefschrift van Jos laat weer heel goed zien dat we in de dagelijkse praktijk soms één aspect vergeten. Dat is dat regionale economie toch echt een wetenschappelijk vakgebied is. We kunnen het gebruiken om een betere functionerende BV Nederland te ontwikkelen, omdat we beter gaan begrijpen hoe de BV Nederland werkt. Dat heeft Jos de afgelopen zeven jaar met zijn proefschrift gedaan.

Nodig Jos van den Broek (Rathenau Instituut) dan ook snel uit om een lezing te geven over innovatiesystemen en de waarde van én voor regionaal economisch beleid. Dan zorgt ERAC er in de tussentijd voor dat er betere vraaggestuurde projecten worden ontwikkeld, dat het economische beleid is gebaseerd op de daadwerkelijke investeringsbereidheid van bedrijven, dat projecten een verdedigbare business case kennen, en dat er geen aanbodgerichte instrumenten de wereld in worden geslingerd waarvan de haalbaarheid nu al meer dan twijfelachtig is. Een prima wisselwerking tussen abstract veronderstelde conceptuele wetenschappelijke kennis, en zorgvuldig gecreëerde impact in de praktijk.

Huub Smulders