Blog
Subsidiestrategie
02 april 2026

Andere gemeenten halen al meer uit Europa.
Waar staat u?

De gemeenteraadsverkiezingen liggen achter ons. Nieuwe colleges maken keuzes over wonen, mobiliteit, parkeerbeleid en de inrichting van wijken, tot aan de toekomst van de bibliotheek. Ogenschijnlijk minder zichtbaar, maar wel degelijk bepalend, is de rol die Europa daarin speelt.

Europa werkt al door in veel van die opgaven, maar krijgt binnen gemeenten nog vaak een plek naast het reguliere werk. Het komt ‘erbij’. Daardoor blijven kansen liggen en voelt Europa al snel als iets extra’s.

In dit artikel laten Steven Berens en Sabine Zwaans zien waar dat verschil ontstaat. En hoe gemeenten gerichter kunnen sturen op resultaat.

Europa is dichterbij dan u denkt

Hoewel Europese besluitvorming meestal wordt geassocieerd met Den Haag of Brussel, is de impact van Europa juist ook in gemeenten zichtbaar. In de vorm van beleid, regelgeving én Europese projecten en subsidies.

De invloed van Europa zie je terug in dossiers waar gemeenten dagelijks aan werken. Bij gebiedsontwikkeling spelen doelen rond klimaatadaptatie en waterberging mee. Bij mobiliteit werken Europese normen door in keuzes rond uitstoot en infrastructuur. En bij digitalisering nemen kaders rond data en privacy een steeds prominentere plek in.

De rol van gemeenten verschilt per thema. Bij vergroening en leefbaarheid ligt de uitvoering nadrukkelijk lokaal. Rond concurrentievermogen ligt het initiatief vaker bij ontwikkelingsmaatschappijen, kennisinstellingen en bedrijven. Gemeenten spelen ook daar een rol, bijvoorbeeld door partijen bij elkaar te brengen, het lokaal MKB te versterken en te werken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat.

Ook in financiering komt dit samen. Projecten rond energie, innovatie of arbeidsmarkt raken al snel aan Europese programma’s en sluiten daaropaan.

Europa werkt op meerdere manieren door

Europese prioriteiten krijgen hun uitwerking in beleid, wet- en regelgeving en in financieringsmogelijkheden. Dat raakt alle bestuurslagen, ook gemeenten.

Europa werkt daarbij op verschillende manieren door:

  • Via regelgeving die lokaal wordt uitgevoerd
    Europese wetgeving heeft directe impact op gemeentelijke processen, bijvoorbeeld bij de European Digital Identity Wallet en de inrichting van digitale dienstverlening.
  • Via initiatieven en projecten vanuit gemeenten zelf
    Gemeenten vertalen Europese thema’s naar hun eigen opgaven, zoals klimaatadaptatie, digitalisering of circulaire economie, waarbij Europese middelen kunnen worden benut.
  • Via samenwerking met andere regio’s
    Gemeenten werken samen met regio’s in Nederland en Europa, gericht op kennisuitwisseling, gezamenlijke projectontwikkeling en belangenbehartiging.

Deze lijnen bestaan naast elkaar en raken elkaar in de uitvoering.

Hoe het in de praktijk vaak gaat

In veel gemeenten ontwikkelt de inzet op Europa zich geleidelijk. Initiatieven ontstaan vanuit concrete projecten, subsidies of bestaande netwerken. Europa wordt aangehaakt wanneer het ‘moet’ Dat zien we terug in de opzet van projecten en samenwerking.

Een gemeente start een duurzaam project en kijkt pas later naar Europese partners. Op dat moment blijken consortia al gevormd of sluit de projectopzet onvoldoende aan. Het project moet worden aangepast of haakt niet meer aan.

Een subsidieaanvraag sluit net niet aan omdat het innovatie-element onvoldoende scherp is. In de praktijk blijkt het project vooral gericht op implementatie, terwijl het programma inzet op ontwikkeling. De aanvraag wordt afgewezen, terwijl de opgave wel relevant is.

Of samenwerking ontstaat pas wanneer een aanvraag al bijna moet worden ingediend. Partners hebben weinig ruimte om inhoudelijk bij te dragen, waardoor het consortium minder sterk is en de kans op toekenning afneemt.

Daardoor blijft de impact ongelijk en wordt het potentieel niet volledig benut.

“Veel gemeenten werken met Europa wanneer het ‘moet’. De grootste winst zit juist in het bewust bepalen en kiezen voor inzet op Europa. ”

Sabine Zwaans

Europese prioriteiten sturen mee

De huidige Europese prioriteiten liggen sterk op het versterken van concurrentievermogen, op veiligheid en weerbaarheid en op kwaliteit van leven, waaronder landbouw, leefomgeving en klimaatadaptatie. Die prioriteiten werken door in programma’s, regelgeving en de verdeling van middelen en beïnvloeden daarmee ook de keuzes die gemeenten maken.

Voor gemeenten betekent dit dat werken met Europa twee kanten heeft. Aan de ene kant volgen zij ontwikkelingen die vanuit Europa op hen afkomen. Aan de andere kant maken zij zelf keuzes in waar en hoe zij daarop aansluiten.

Zonder duidelijke lijn ontstaat een ad-hoc inzet. Subsidies worden opgepakt wanneer ze voorbijkomen en samenwerking ontstaat op het moment dat het nodig is. Projecten sluiten daardoor minder goed aan en partners worden later betrokken.

Dat werkt door in de resultaten. Aanvragen zijn minder sterk, netwerken blijven beperkt en Europa voelt al snel als iets dat vooral veel vraagt van de organisatie.

Middelen zijn beperkt, zeker bij gemeenten. Dat maakt keuzes onvermijdelijk. Niet alleen over wat een gemeente uit Europa wil halen, zoals projecten en samenwerking, maar ook over wat zij wil brengen, bijvoorbeeld in positionering en zichtbaarheid.

Wat een Europastrategie concreet betekent

Meer samenhang ontstaat wanneer de inzet op Europa wordt gekoppeld aan de inhoudelijke prioriteiten van de gemeente en komt dat neer op vier samenhangende elementen:

  1. Prioriteiten
    Welke opgaven staan centraal en waar sluit Europa op aan? Bijvoorbeeld een gemeente die inzet op energietransitie en bewust kiest om Europese samenwerking te zoeken op netcongestie of opslag.
  2. Rol van de gemeente
    Wanneer neemt de gemeente initiatief en wanneer faciliteert zij? Bij innovatie kan dat betekenen dat partijen worden verbonden in plaats van dat de gemeente zelf uitvoert.
  3. Activiteiten en inzet
    Welke acties daarbij horen, zoals het opbouwen van partnerschappen voordat een call openstaat of het actief volgen van relevante programma’s.
  4. Capaciteit en organisatie
    Wie is waarvoor verantwoordelijk en hoeveel tijd beschikbaar is, zodat Europa niet afhankelijk blijft van één persoon maar breder in de organisatie landt.

Deze elementen versterken elkaar en zorgen voor richting in de inzet.

“Het verschil zit zelden in de beschikbaarheid van middelen, maar in hoe gemeenten zich positioneren en samenwerken in Europees verband.”

Steven Berens

Inzicht in positie en samenwerking

Een Europastrategie begint bij de lokale opgaven. Wat speelt er in de gemeente, welke prioriteiten liggen er en welke capaciteit is beschikbaar. Europa sluit daarop aan en ondersteunt die opgaven. Vanuit die basis wordt ook duidelijker hoe een gemeente zich verhoudt tot andere regio’s. Niet alleen in termen van beleid, maar ook in samenwerking en toegang tot middelen.

Instrumenten zoals de ERAC-monitor geven inzicht in waar Europese middelen landen en met welke regio’s wordt samengewerkt.

Minstens zo relevant is de vervolgvraag. Wat wil een gemeente uit Europa halen en wie is daarvoor nodig? Dat gaat niet alleen over financiering, maar ook over het opbouwen van samenwerking met regio’s die sterk zijn op dezelfde thema’s. Gemeenten die inzetten op energie, digitalisering of maakindustrie zoeken partners die daarin al verder zijn of juist complementair.

Door die verbindingen gericht op te bouwen, sluit de Europese inzet beter aan op de eigen sterktes en ambities.

Europa als onderdeel van het werk

Europa is al onderdeel van het werk van gemeenten. De vraag is hoe bewust die rol wordt ingevuld.

Wanneer Europa wordt verbonden aan de manier waarop projecten worden ontwikkeld en samenwerkingen worden opgebouwd, ontstaat meer samenhang. Dat zien we terug in sterkere aanvragen, betere partnerschappen en projecten die beter aansluiten op wat lokaal nodig is. Gerichte keuzes spelen daarin een belangrijke rol, omdat ze bepalen waar Europa daadwerkelijk iets toevoegt.

Meer weten?

Wilt u ook scherp krijgen waar Europa in uw gemeente al meespeelt en waar u gerichter kunt sturen?
We denken graag mee en maken dit concreet.

Vragen?

Neem direct contact op met
Pieter Liebregts

+31 (0)6 53 28 86 57
pieterliebregts@erac.nl

    voorwaarden