Blog
Nieuws
02 februari 2026

Coalitieakkoord Jetten kiest voor Europese verankering van innovatie en defensie

Afgelopen vrijdag 30 januari presenteerden de partijleiders van D66, CDA en VVD hun regeerakkoord Aan de slag, bouwen aan een beter Nederland. Hoewel het kabinet voor de uitvoering nog op zoek moet naar meerderheden in de Eerste en Tweede Kamer, geeft het akkoord al duidelijk richting. Vooral op het terrein van innovatie, defensie, economie en Europese samenwerking worden scherpe keuzes zichtbaar.

In dit artikel zetten Steven Berens, Jeppe Foesenek en Boris Zwerver de kern van de voorstellen op een rij

innovatie van defensie innovatie van defensie

Disruptieve innovatie krijgt vaste plek in beleid

–door Steven Berens–

Het kabinet kiest expliciet voor innovatie als fundament onder het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Daarbij sluiten de voorstellen aan bij aanbevelingen in de recente rapporten van Mario Draghi en Peter Wennink.

Een belangrijke stap is de oprichting van een Nationale Investeringsinstelling (NII) met een budget tussen de drie en vijf miljard euro. Deze instelling gaat markconforme financiering verstrekken aan projecten en bedrijven die niet zelfstandig toegang krijgen tot private financiering. Binnen deze structuur komt een opvolger van het Nationaal Groeifonds (NGF), dat onder het vorige kabinet werd stopgezet.

Daarnaast reserveert het kabinet vijfhonderd miljoen euro voor de oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). Dit agentschap werkt volgens het DARPA-model, zoals aanbevolen in de rapporten van Draghi en Wennink. Daarbij worden tijdelijke programma’s opgezet rond een concrete missie, met ruimte om snel keuzes te maken en verschillende technologische routes te verkennen om tot echte doorbraken te komen, in plaats van stapsgewijze verbetering van bestaande oplossingen. Met NII en NADI wil het kabinet, samen met private investeringen, toewerken naar de Europese norm van drie procent R&D-uitgaven.

Het kabinet richt zich daarbij op (hoog)technologische niches binnen door Wennink gedefinieerde vier domeinen. Het gaat om Digitalisering en AI, Veiligheid en Weerbaarheid, Energie en Klimaattechnologie en Life sciences en Biotechnologie. Deze focus wordt ondersteund door het behoud en de uitbreiding van bestaande stimuleringsregelingen. De WBSO wordt verbreed richting AI en technologische ontwikkeling, de Innovatiebox blijft bestaan en de regelingen EIA, MIA en VAMIL worden samengevoegd tot één investeringsinstrument. De SDE++ regeling wordt verlengd met zes openstellingsrondes tot 2032 met een totaalbudget van acht miljard euro.

Ook regionale innovatieclusters krijgen extra aandacht. Daarbij wordt ingezet op de oprichting van één landelijke technology transfer office (TTO), waarin de krachten worden gebundeld.

Defensie en veiligheid als Europees vraagstuk

–door Jeppe Foesenek–

Defensie vormt een van de zwaarst aangezette thema’s in het coalitieakkoord. Het kabinet verhoogt de defensie-uitgaven structureel met negentien miljard euro per jaar en legt de NAVO-norm van 3,5 procent wettelijk vast.
Europese samenwerking speelt hierin een centrale rol. Nederland wil binnen het Meerjarig Financieel Kader (MFK) meer middelen vrijmaken voor gezamenlijke defensie-investeringen en ziet Europese samenwerking nadrukkelijk als randvoorwaarde voor effectievere inkoop, productie en standaardisatie. Ook verkent het kabinet de oprichting van een intergouvernementeel Europees Defensiemechanisme (EDM) voor gezamenlijke inkoop van defensiematerieel en afstemming van productstandaarden.

De ambitie is om veertig procent van de defensieaankopen gezamenlijk met Europese partners te doen. Vijftig procent moet worden ingekocht bij Nederlandse en Europese ondernemers. Deze gezamenlijke defensie-investeringen worden vormgegeven via bestaande Europese instrumenten zoals het Europees Defensiefonds en het Europese SAFE-instrument, waarmee tegen gunstige financieringsvoorwaarden grootschalige investeringen in nationale defensie-industrieën mogelijk zijn.

Daarnaast wil het kabinet de defensie-industrie laten groeien om het (hoogtechnologisch) verdienvermogen van de Nederlandse economie te versterken. Er komt een defensie-innovatieautoriteit, die volgens dezelfde DARPA-achtige aanpak werkt en cofinanciering biedt voor gezamenlijke onderzoeksprojecten met kennisinstellingen. Hiervoor wordt gedurende de kabinetsperiode een oplopend aandeel van tien procent van het defensiebudget gereserveerd.

Tot slot streeft het kabinet ernaar dat Lelystad Airport in gebruik wordt genomen als luchtmachtbasis voor Defensie en dat strategische kansen voor dual use worden benut. Het gaat daarbij om technologie, infrastructuur en investeringen die zowel civiele als militaire toepassingen hebben en daarmee meerdere doelen dienen.

Gerichte groei als economische strategie

–door Boris Zwerver–

Met het coalitieakkoord kiezen D66, CDA en VVD voor het versterken van het economisch fundament en het toekomstig verdienvermogen van Nederland. De inzet is gericht op een structurele economische groei van anderhalf procent, in lijn met het rapport Wennink, waarbij het kabinet actief stuurt en bijstuurt waar nodig. Die groei moet bijdragen aan brede welvaart, een stabiel perspectief voor burgers en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. Het kabinet zet daarbij in op modernisering, verduurzaming en investeringen in het verdienvermogen van de economie op de langere termijn.

Binnen deze strategie sluiten de economische keuzes aan op de eerder geschetste focus op industrie en innovatie. De inzet op gerichte industriële ontwikkeling, regionale economieën en clusters vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt, met aanvullende aandacht voor de verdere uitbouw van de schone maakindustrie.

Een goed functionerende kapitaalmarkt is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. De eerdergenoemde nationale investeringsinstelling, in samenwerking met de Europese Investeringsbank, moet helpen om investeringen in de Nederlandse economie te versnellen en te verbreden en beleggingen in Nederland te stimuleren.

Het coalitieakkoord onderstreept daarnaast het belang van Europese samenwerking. Nederland wil een actieve rol spelen in de hervorming en versterking van de Europese economie, onder meer door een snelle implementatie van de aanbevelingen uit de rapporten van Draghi en Letta. Een beter geïntegreerde en geharmoniseerde Europese financiële markt moet bedrijven makkelijker toegang geven tot kapitaal. Via Europese cofinanciering, innovatieprogramma’s en een sterker functionerende interne markt wordt het nationale economische beleid verankerd in een breder Europees speelveld.

Europa als strategisch kader

-door Steven Berens-

Europa is nadrukkelijk aanwezig in het coalitieakkoord. Het kabinet kiest voor een snelle en zo volledig mogelijke implementatie van Europese richtlijnen en zoekt daarmee nadrukkelijker aansluiting bij Europees beleid dan het aftredende kabinet, dat sterker inzette op nationale belangen. Tegelijkertijd wil het kabinet de besluitvorming in Brussel hervormen, onder meer door het stemrecht van Hongarije en Slowakije te blokkeren en het veto bij het gezamenlijk buitenlands beleid te beperken. Dit is onder meer van belang voor het effectiever kunnen opleggen van sancties aan Rusland in het kader van het conflict in Oekraïne. In dat kader wil het kabinet ook werken aan de oprichting van een Europese sanctie-instelling.

Voor het verdienvermogen en de strategische autonomie van Europa zet Nederland daarnaast in op nieuwe handelsverdragen met India, Australië en Indonesië. Het handelsverdrag met India werd recent aangekondigd door de Europese Commissie en past binnen de bredere Europese handelsagenda.

Ook op het terrein van Europese financiering is de koers duidelijk. Het kabinet wil expliciet inzetten op Europese cofinanciering via instrumenten zoals het European Competitiveness Fund, een vervolg op de Chips Act en IPCEI-samenwerkingen. Met het oog op het volgende Meerjarig Financieel Kader ligt de nadruk na 2028 op veiligheid, defensie en innovatie.

Wat verandert in de manier waarop beleid en financiering samenkomen?

Het coalitieakkoord laat zien dat innovatie, economie en veiligheid steeds minder los van elkaar worden vormgegeven. Investeringen worden gebundeld rond strategische thema’s en vaker gekoppeld aan Europese programma’s en instrumenten. Daarmee verschuift ook de manier waarop projecten tot stand komen.

Dat betekent in de praktijk:

  • Beleid, financiering en uitvoering raken sterker met elkaar verweven
  • Nationale instrumenten functioneren steeds vaker als opstap naar Europese trajecten
  • Samenwerking wordt inhoudelijker en minder ad hoc
  • Bestaande kennis en projecten krijgen nadrukkelijker een vervolgroute
  • Europese kaders bepalen vaker het tempo en de richting

Verder praten?

ERAC ondersteunt organisaties bij het overzien van deze samenhang en het verbinden van nationale en Europese trajecten, zodat plannen aansluiten op de manier waarop beleid en financiering zich ontwikkelen.

Vragen?
Wij helpen u graag