Blog
Financiering
24 november 2025

Europa herschrijft het speelveld

Europa gaat een nieuwe begrotingsperiode in. Officieel gaat het om nieuwe regels en budgetten. In de praktijk verschuift er meer dan dat. Waar we eerder veel afzonderlijke programma’s zagen, groeien instrumenten en doelen nu dichter naar elkaar toe. Subsidies en investeringsfondsen gaan meer samenwerken. En Europa kiest zichtbaarder voor economische en geopolitieke slagkracht.

Tijdens een interne Energise sessie verwoordde oud Europarlementariër Matthijs van Miltenburg het scherp. “Het MFK is geen één voorstel. Het bestaat uit veel voorstellen die één voor één worden uitonderhandeld.”

Wie het einddocument afwacht, mist de fase waarin de keuzes worden gemaakt. In dit blog legt Pieter Liebregts uit wat er verandert en waarom dit het moment is om vooruit te kijken.

pieter liebregts

Pieter Liebregts
Senior adviseur

Eén raamwerk voor regionale en nationale investeringen

De grootste verandering is de komst van het Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan. Veel programma’s die nu nog los worden uitgevoerd, vallen straks onder één overkoepelend kader. Denk aan EFRO, JTF, landbouw en sociale middelen. Dat moet zorgen voor meer samenhang en een sterkere verbinding tussen Europese ambities en wat regio’s nodig hebben.

Die beweging roept meteen een vraag op. Hoe blijft regionale inbreng stevig verankerd? De voorstellen noemen partnerschap, maar leggen niet precies vast hoe dat eruitziet. Regio’s die nu al meedenken, bouwen aan een positie wanneer de uitvoering vorm krijgt. Dat vraagt om een eigen verhaal en een duidelijk beeld van hoe regionale doelen aansluiten op Europese keuzes.

Het valt ook op dat de logica van slimme specialisatie minder zichtbaar wordt. Innovatie blijft relevant, alleen minder als verplicht kader en meer als bouwsteen in een bredere strategie. Dat vraagt om proactief meebewegen en scherpe prioriteiten.

Volgens de huidige voorstellen kan bijna de helft van de EU-begroting via de NRPP’s gaan lopen. Daarmee verschuift niet alleen structuur, maar ook macht en verantwoordelijkheid richting lidstaten. Dat maakt de komende twee jaar bepalend voor regionale governance.

Europa kiest voor strategisch vermogen

Naast het NRPP komt het Europees Fonds voor het Concurrentievermogen. Dat bundelt verschillende bestaande instrumenten in één fonds. De focus ligt op economische weerbaarheid, technologische ontwikkeling en veiligheid. Denk aan energie- en industrie-transitie, digitale technologie, biotechnologie en defensie.

De hoofdlijn is duidelijk. Europa wil sterker staan. Ideeën omzetten in toepassingen. Minder afhankelijk zijn van andere continenten. En investeren in sectoren waar schaal en snelheid belangrijk zijn.

Dit is geen technische wijziging in fondsstructuur, het is een politieke keuze voor minder versnippering en meer slagkracht. Innovatie krijgt daarin een andere rol. Het blijft een motor voor groei, maar wordt tegelijk een middel om strategische posities te versterken.

Het voorgestelde budget voor strategische technologieën en defensie-capaciteit groeit fors. Dat laat zien dat innovatiebeleid niet los staat van veiligheid, industriepolitiek en internationale concurrentie.

Bekende programma’s blijven, maar met een andere inzet

Horizon Europe blijft het belangrijkste programma voor onderzoek en innovatie. Wel komt er meer nadruk op toepassing en opschaling. Het onderscheid tussen onderzoeks- en innovatieprojecten vervaagt. Nieuwe technologieën moeten sneller naar de praktijk kunnen. Dat sluit aan bij de wens om te bouwen aan sterkere waardeketens en concurrerende industrieën.

Interreg blijft een apart instrument. Samenwerken over grenzen blijft dus een speerpunt voor Europa. De nieuwe EU faciliteit vult dit aan met ruimte voor stedelijke coalities, grensoverschrijdende innovatie en natuur- en klimaatprojecten met Europese meerwaarde.

Het landschap blijft herkenbaar, met meer flexibiliteit om projecten op te schalen en met elkaar te verbinden. Voor regio’s betekent dit dat grensoverschrijdende projecten, ecosystemen en stedelijke coalities juist nu sterker gepositioneerd kunnen worden.

Financiering verandert mee

Naast subsidies wordt slimme financiering belangrijker. InvestEU krijgt een groter mandaat en meer flexibiliteit. Dat geeft ruimte voor gemengde instrumenten waarin publiek geld private investeringen kan losmaken. Het stimuleert projecten die kunnen groeien en vliegen, ook buiten klassieke subsidiestromen.

Voor organisaties betekent dit een bredere gereedschapskist. Niet alleen kijken naar subsidies, maar ook naar investeringsruimte en partners die dat mogelijk maken. Daarmee verschuift de mindset. Van “kans op subsidie” naar “ruimte om kapitaal te mobiliseren”.

Uitvoering vraagt meer ritme en voorbereiding

Onder de oppervlakte verandert ook de manier van uitvoeren. De Europese Commissie wil sneller toewijzen, sneller uitvoeren en sneller meten. Budgetten worden sneller aangesproken. Prestatie en realisatie tellen zwaarder mee. Regio’s krijgen in het begin eerder voorschotten, maar moeten ook sneller verantwoorden.

Dat vraagt om vroegtijdige planning. Heldere mijlpalen. En capaciteit om projecten goed te monitoren. Programma’s worden eenvoudiger aan de voorkant, maar uitvoering vraagt meer ritme en scherpte. Bij onvoldoende voorbereiding bestaat het risico dat middelen blijven liggen of dat projecten eerder moeten worden bijgestuurd.

Wat organisaties nu kunnen doen

Dit is een fase waarin keuzes worden gevormd. Meebewegen helpt meer dan afwachten. Het loont om thema’s te kiezen, partners te zoeken en te laten zien hoe regionale en nationale ambities passen in de nieuwe Europese richting.

Wat helpt:

  • Vooruitdenken in scenario’s
  • Samenwerken met partijen die aan dezelfde tafel willen zitten
  • Eigen sterktes koppelen aan Europese prioriteiten

Zo wordt het makkelijker om snel te schakelen wanneer uitvoeringslijnen concreet worden.

Waarom dit ertoe doet

Voor ons bij ERAC bevestigt deze fase hoe belangrijk het is om vroeg betrokken te zijn. Europese beleidsvorming gaat niet alleen over wat er besloten wordt. Het gaat vooral over wanneer en hoe keuzes ontstaan. Wie dat moment goed benut, kan ruimte creëren voor regionale ambities en innovaties die verder komen dan pilots.

Vooruitkijken geeft ruimte om te sturen. We zien nu al dat regio’s en organisaties die vroeg aan tafel zitten, makkelijker verbinding maken met Europese prioriteiten en sneller partners vinden.

Verder praten?

Wij ondersteunen inmiddels verschillende regionale en nationale organisaties bij het voorbereiden op deze nieuwe Europese fase. Wilt u verkennen wat dit betekent voor uw plannen? Neem gerust contact op. We werken al met verschillende partijen aan deze voorbereidingen en delen onze inzichten graag.

Meer weten?

Ik help u graag.

pieter liebregts

Senior adviseur
Pieter Liebregts

+316 53 288 657
pieterliebregts@erac.nl

    voorwaarden