De grootste verandering is de komst van het Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan. Veel programma’s die nu nog los worden uitgevoerd, vallen straks onder één overkoepelend kader. Denk aan EFRO, JTF, landbouw en sociale middelen. Dat moet zorgen voor meer samenhang en een sterkere verbinding tussen Europese ambities en wat regio’s nodig hebben.
Die beweging roept meteen een vraag op. Hoe blijft regionale inbreng stevig verankerd? De voorstellen noemen partnerschap, maar leggen niet precies vast hoe dat eruitziet. Regio’s die nu al meedenken, bouwen aan een positie wanneer de uitvoering vorm krijgt. Dat vraagt om een eigen verhaal en een duidelijk beeld van hoe regionale doelen aansluiten op Europese keuzes.
Het valt ook op dat de logica van slimme specialisatie minder zichtbaar wordt. Innovatie blijft relevant, alleen minder als verplicht kader en meer als bouwsteen in een bredere strategie. Dat vraagt om proactief meebewegen en scherpe prioriteiten.
Volgens de huidige voorstellen kan bijna de helft van de EU-begroting via de NRPP’s gaan lopen. Daarmee verschuift niet alleen structuur, maar ook macht en verantwoordelijkheid richting lidstaten. Dat maakt de komende twee jaar bepalend voor regionale governance.