Blog
Financiële Instrumenten
28 september 2026

Europa in coalitieakkoorden is geen vanzelfsprekendheid

Het parlementaire jaar is op de derde dinsdag van september landelijk begonnen. Ook op gemeentelijk niveau zijn de gemeenteraden terug van reces. Veel gemeenten publiceerden nog vlak voor de zomer hun coalitieakkoord. Bij terugkomst breekt voor veel gemeenten de fase aan waarin de ambities uit deze akkoorden verder worden uitgewerkt en vertaald naar beleid en uitvoering.  

De vraag ‘wat’ gemeenten de komende vier jaar willen bereiken, wordt een ‘hoe’ vraag. In een periode waarin de financiële houdbaarheid en de uitvoeringskracht van gemeenten onder druk staan, kan het voor gemeenten verstandig zijn verder te kijken dan de middelen die uitsluitend vanuit Nederland beschikbaar zijn. Maar in hoeverre is dit daadwerkelijk ook een politieke ambitie? 

Joost Rooijmans
Adviseur

ERAC analyseerde de coalitieakkoorden van de 45 grootste Nederlandse gemeenten. In dit artikel schetsen we een beeld welke thema’s de komende vier jaar centraal staan, en onderzoeken we in hoeverre gemeenten Europa willen inzetten als instrument voor het verwezenlijken van deze ambities.

Van ad hoc naar vanzelfsprekend

Voor de analyse is gebruik gemaakt van het raamwerk uit het onderzoek Van ad hoc naar vanzelfsprekend. Deze studie is uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit Utrecht, in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Huis van de Nederlandse Provincies (HNP) in Brussel, met steun van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.  

In het oorspronkelijke onderzoek is in kaart gebracht hoe Nederlandse gemeenten en provincies inspelen op Europese integratie. Daarbij gaat om het verwerven van Europese subsidies, de uitvoering van Europese wetgeving, beïnvloeding van Europees beleid, deelname aan Europese kennisnetwerken en positionering van de lokale en regionale economie. De onderzoekers benadrukken dat hiervoor een duidelijke inhoudelijke strategie nodig is. Alleen dan kunnen gemeenten doelgericht en consequent handelen, in plaats van uitsluitend op incidentele Europese kansen te reageren.  

Het oorspronkelijke raamwerk onderscheidt vier ontwikkelfasen: de ad-hocfase, innovatiefase, overtuigingsfase en borgingsfase. Dit raamwerk is toegepast op de ambities die gemeenten in hun coalitieakkoorden uitspreken. Daarmee meet de analyse niet de volledige feitelijke Europeanisering van de gemeentelijke organisatie, maar vooral hoe zichtbaar en structureel Europa in de politieke voornemens van gemeenten is verbonden aan hun opgaven. Coalitieakkoorden zijn immers een politiek document.

Europa bij de meeste gemeenten op de radar

Uit de analyse blijkt dat 4 van de 45 gemeenten Europa niet expliciet benoemen in hun coalitieakkoord. Dat is minder dan tien procent. In deze akkoorden maakt Europa daarmee geen zichtbaar onderdeel uit van het bestuurlijke handelingsperspectief. Dat betekent niet automatisch dat deze gemeenten in de praktijk niet Europees actief zijn, maar wel dat een expliciete Europese ambitie in het richtinggevende politieke document ontbreekt.  

Daartegenover staan 11 gemeenten, bijna een kwart van het totaal, waar Europa in het coalitieakkoord relatief breed terugkomt als een structureel onderdeel van de gemeentelijke strategie. Europese samenwerking, financiering, netwerken en belangenbehartiging worden bij deze gemeenten aan meerdere beleidsdomeinen gekoppeld. Europa wordt zowel genoemd in relatie tot een afzonderlijke kans of opgave als een bestuurlijk schaalniveau dat kan bijdragen aan de uitvoering van gemeentelijke ambities. 

De overige 30 gemeenten, precies twee derde, bevinden zich tussen deze twee uitersten. Binnen deze groep bestaan belangrijke verschillen. Bij 9 van deze 30 gemeenten komt Europa beperkt of incidenteel terug, bijvoorbeeld in relatie tot financiering, regelgeving of samenwerking. Bij de overige 21 gemeenten wordt Europa al aan meerdere gemeentelijke ambities gekoppeld. Uit het coalitieakkoord blijkt dat deze Europese oriëntatie nog niet volledig en structureel in het beleid en de organisatie is verankerd.  

Juist voor deze middengroep lijkt ruimte te bestaan om de Europese oriëntatie verder te ontwikkelen. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om de beweging van incidentele Europese kansen naar een samenhangende Europastrategie, van afzonderlijke subsidieaanvragen naar een structurele financieringsaanpak, van losse samenwerkingsverbanden naar een duurzaam regionaal ecosystemen en van kennis bij enkele medewerkers naar bredere organisatorische borging. Hoe groot die ontwikkelopgave daadwerkelijk is, zal per gemeente verschillen en vraagt om een breder blik dan het coalitieakkoord alleen. 

Europeanisering als middel voor gemeentelijke ambities

Naast Europa als belangrijk thema schetsen de coalitieakkoorden een duidelijk beeld van de beleidsthema’s die de komende bestuursperiode op de gemeentelijke agenda staan. Wonen komt bij alle 45 onderzochte gemeenten bovenaan de agenda. Klimaat, duurzaamheid en milieu behoort bij 30 gemeenten tot de drie belangrijkste thema’s. De energietransitie staat bij 18 gemeenten in de top drie en techniek en innovatie bij 16 gemeenten.  

Het zijn opgaven die vaak niet binnen één bestuurslaag zijn op te lossen. Gemeentelijk beleid raakt hier altijd aan regionale en provinciale samenwerking, nationale kaders en verschillende Europese regelgeving, programma’s en financieringsmogelijkheden.  

Europese financiering kan bijvoorbeeld bijdragen aan investeringen en innovatie, terwijl Europese netwerken toegang kunnen bieden tot kennis, partners en ervaringen uit andere regio’s. Europese samenwerking en belangenbehartiging kunnen daarnaast erg relevant zijn wanneer gemeentelijke opgaven worden beïnvloed door Europese beleidsontwikkeling. Tegelijkertijd vraagt het benutten van deze mogelijkheden om voldoende kennis, capaciteit en samenhang binnen de gemeentelijke organisatie.

Van ‘wat’ naar ‘hoe’ 

In de uitvoering verschilt per gemeente waar zij staan in de Europeaniseringsontwikkeling van ‘van ad hoc’ naar ‘vanzelfsprekend’. Een eerste stap om te zetten is om inzichtelijk te maken hoe Europa op dit moment binnen beleid en organisatie wordt benut. Met de EU-monitor van ERAC brengen we in kaart waar toegekende Europese subsidie landen, welke organisaties succesvol deelnemen, op welke thema’s zij samenwerken en welke Europese programma’s daarbij een rol spelen. Op deze manier kan een gemeente gerichter keuzes maken over de verdere ontwikkeling van de Europese slagkracht. 

Kennis speelt ook een belangrijke rol. Europa raakt steeds meer gemeentelijke beleidsterreinen, terwijl Europese financiering, regelgeving, samenwerking en belangenbehartiging vaak bij verschillende medewerkers en afdelingen zijn belegd. Het verbreden van die kennisbasis kan helpen om Europese mogelijkheden eerder te herkennen en beter te verbinden aan gemeentelijke opgaven. ERAC biedt de Cursus Europa in de Regio aan. In deze cursus staat centraal hoe professionals Europese ontwikkelingen en mogelijkheden kunnen vertalen naar hun eigen regionale en lokale praktijk. Met het opdoen van diepere kennis over de mate van Europeanisering in een gemeente, kan Europa steeds meer onderdeel worden van het reguliere handelingsperspectief. Zo wordt Europa niet enkel een mogelijkheid die pas in beeld komt wanneer zich een concrete subsidie of Europese ontwikkeling aandient, maar een vanzelfsprekend onderdeel van gemeentelijk bestuur.  

Meer weten? Neem contact op!

Vragen?
Onze experts helpen u graag verder