Blog
Financiering
16 februari 2026

Het Wennink-rapport bouwt voort op het fundament van het Nationaal Groeifonds

In een eerder artikel lieten we zien dat internationale samenwerking en Europese investeringsprogramma’s steeds zwaarder meewegen in het innovatievermogen van Nederland. Het onlangs gepubliceerde Wennink-rapport laat zien hoe deze lijn doorwerkt in nationale investeringskeuzes en strategische prioriteiten voor de komende jaren.

Olav Veldhuizen en Boris Zwerver plaatsen het rapport in dit artikel in perspectief. Zij laten zien hoe het rapport zich verhoudt tot lopende NGF-investeringen en welke prioriteiten de volgende investeringsfase domineren.

Europese afhankelijkheid als strategisch vraagstuk

Het rapport schetst de koers voor innovatie, productiviteit en verdienvermogen met 51 toekomstgerichte projecten. De agenda sluit aan bij Europese analyses van Draghi en Letta, waarin concurrentiekracht, strategische autonomie en gerichte investeringen centraal staan. De overlap met bestaande NGF-programma’s is groot. De thematische richting blijft grotendeels gelijk, terwijl de schaal van de voorgestelde investeringen aanzienlijk groter wordt

NGF en Wennink naast elkaar

Sinds 2021 is via drie open calls ruim €11 miljard toegekend aan 50 NGF-projecten. De geplande vierde en vijfde call zijn door het kabinet-Schoof beëindigd. Voor de vergelijking zijn de NGF-projecten opnieuw ingedeeld volgens dezelfde sectorstructuur als het Wennink-rapport.

De vergelijking laat zien dat Life Sciences & Biotech in de nieuwe agenda een groter aandeel krijgt en dat geopolitieke ontwikkelingen sterker doorwerken in de prioritering, zichtbaar in de expliciete aandacht voor veiligheid en weerbaarheid.

Binnen het NGF ontbreken afzonderlijke defensieprojecten, maar programma’s zoals Photonica, Quantum, NXTGEN Hightech en FNS dragen wel bij aan strategische autonomie en digitale soevereiniteit. In de nieuwe agenda krijgt deze koppeling een explicietere plaats.

Het NGF heeft een belangrijke investeringsimpuls gegeven aan projecten die bijdragen aan het toekomstige verdienvermogen. Het Wennink-rapport laat zien dat de volgende fase gepaard gaat met hogere investeringsvolumes en bredere programmatische inzet.

Onderstaande tabel geeft weer hoe de NGF-investeringen zich verhouden tot de voorgestelde sectorverdeling in het Wennink-rapport.

Zorg en welzijn

De druk op de Nederlandse gezondheidszorg neemt de komende decennia verder toe. Vergrijzing, een groeiend aantal chronische aandoeningen en structurele arbeidstekorten vergroten de vraag naar toegankelijke en betaalbare zorg, terwijl kosten en administratieve lasten het stelsel extra belasten. In het rapport wordt genoemd dat in 2060 mogelijk één op de drie werkenden in Nederland actief is in de zorg. Wereldwijd versterken vergelijkbare demografische ontwikkelingen deze trend.

Binnen het Nationaal Groeifonds is circa €2,2 miljard geïnvesteerd in programma’s rond zorg en welzijn. Het rapport concludeert dat deze omvang onvoldoende is om toekomstige zorgvraag en internationale concurrentiedruk op te vangen en stelt daarom een investeringsniveau van circa €38 miljard voor Life Sciences en Biotechnologie voor, gericht op structurele versterking van innovatie, capaciteit en duurzaamheid in de gezondheidszorg.

Energie en klimaat

Betaalbare, betrouwbare en beschikbare energie vormt een randvoorwaarde voor economische groei, elektrificatie en verduurzaming. De huidige Nederlandse energiesituatie beperkt deze ontwikkeling. Volgens cijfers van netbeheerders en het ministerie van Klimaat en Groene Groei wachten circa 14.000 bedrijven op een nieuwe of verzwaarde elektriciteitsaansluiting, waardoor investeringen en verduurzamingsprojecten vertraging oplopen.

Elektriciteitsprijzen liggen in Nederland structureel hoger dan in vergelijkbare landen. Het verschil bedraagt circa 20 tot 50 procent ten opzichte van België en Duitsland en kan oplopen tot circa 60 procent ten opzichte van de Verenigde Staten en China. Deze kostenverschillen zetten energie-intensieve industrieën onder druk en vergroten het risico op industriële verplaatsing.

Voorgestelde maatregelen richten zich op verlaging van elektriciteitsbelastingen tot het EU-minimum, flexibele tarieven, vraagsturing en prioritering van netcapaciteit voor strategische projecten. Voor de middellange termijn ligt de nadruk op netuitbreiding, opslag, flexibiliteit en een energiemix met wind op zee, waterstof, batterijen en kernenergie. Energie vormt ook binnen het NGF een substantieel investeringsdomein en sluit daarmee direct aan op de nieuwe investeringsprioriteiten.

Logistiek en maakindustrie

Logistiek en maakindustrie blijven bepalend voor het Nederlandse verdienvermogen. Het relatieve aandeel binnen de NGF-portefeuille en de nieuwe agenda blijft procentueel vergelijkbaar, terwijl de voorgestelde investeringsomvang circa veertien keer hoger ligt. Daarmee komt het belang van investeringen in economische infrastructuur nadrukkelijk naar voren.

De economische kracht van Nederland concentreert zich in regio’s waar kennis, industrie en innovatie samenkomen, zoals de mainports Rotterdam en Schiphol, Brainport Eindhoven en clusters rond Leiden en Wageningen. Versterking van deze ecosystemen hangt samen met investeringen in ruimte, huisvesting, energie-infrastructuur, digitale netwerken en kennisinfrastructuur.

Beschikbare ruimte voor bedrijvigheid staat in meerdere regio’s onder druk. In gebieden zoals Utrecht en Brainport Eindhoven zijn nieuwe kavels schaars, terwijl groei van industriële activiteiten extra ruimte, mobiliteit en elektriciteitscapaciteit vereist. Structurele investeringen in ruimte en infrastructuur blijven bepalend voor het behoud van internationale concurrentiekracht.

Agro en voedsel

De agro- en voedselketen levert een substantiële bijdrage aan de Nederlandse economie en samenleving. In vergelijking met eerdere NGF-programma’s bevat het rapport minder expliciete investeringsvoorstellen voor de landbouwsector, terwijl de sector nadrukkelijk terugkomt in analyses rond stikstof en ruimtelijke keuzes. Met name de veeteelt wordt genoemd als belangrijke bron van stikstofdepositie, waardoor structurele veranderingen binnen delen van de sector noodzakelijk worden geacht.

Het rapport schetst een toekomstperspectief waarin herbestemming van een relatief klein deel van de landbouwgrond ruimte kan creëren voor bedrijfsactiviteiten en energie-infrastructuur, met behoud van voldoende areaal voor productieve landbouw. De aanvullende investeringsbehoefte wordt geraamd op circa €4 tot €13 miljard. De analyse heeft geleid tot politieke discussie, waarbij wordt benadrukt dat de strategische betekenis van voedselproductie zwaar moet blijven meewegen.

Veiligheid en weerbaarheid

Binnen de huidige NGF-projecten ontbreekt een expliciete defensiefocus. Het rapport introduceert zeven projecten gericht op defensiegerelateerde capaciteiten met een investeringsomvang van circa €3 miljard. Investeringen in sectoren zoals chiptechnologie, energie, gezondheidsinnovatie en defensie versterken economische en maatschappelijke weerbaarheid en sluiten aan bij de stijgende defensie-uitgaven binnen Europa en de NAVO.

De effectiviteit van deze middelen hangt samen met investeringen in technologieën met dual-use toepassingen, die ook economische en civiele sectoren versterken. Gerichte investeringen in technologische niches waarin Nederland sterk staat vergroten het maatschappelijk en economisch rendement.

Levensvatbaar in het nieuwe coalitieakkoord

De prioriteiten uit het rapport sluiten aan op de hoofdlijnen van het nieuwe coalitieakkoord van D66, CDA en VVD, met focus op Digitalisering en AI, Veiligheid en Weerbaarheid, Energie en Klimaattechnologie en Life Sciences en Biotechnologie. Innovatie krijgt daarmee een centrale positie in het toekomstige verdienvermogen van Nederland, in lijn met bredere Europese analyses van Draghi en Letta.

De oprichting van een Nationale Investeringsinstelling met een beoogd budget van circa €3 tot €5 miljard vormt een belangrijke beleidsstap. Deze instelling verstrekt markconforme financiering aan projecten en bedrijven die moeilijk toegang krijgen tot private financiering en creëert daarmee een nieuwe nationale investeringsstructuur als opvolger van het Nationaal Groeifonds.

Conclusie

De prioriteiten uit het rapport sluiten aan op de hoofdlijnen van het nieuwe coalitieakkoord van D66, CDA en VVD, met focus op Digitalisering

De vergelijking laat zien dat veel inhoudelijke keuzes al zijn gemaakt. Het verschil zit vooral in de omvang van de investeringen en in de explicietere prioritering van sectoren die bepalend zijn voor het toekomstige verdienvermogen.

De komende jaren verschuift het zwaartepunt van verkennen naar uitvoeren. Lopende programma’s, bestaande ecosystemen en opgebouwde consortia vormen daarbij de basis waarop nieuwe nationale en Europese investeringsrondes verder bouwen.

Meer weten?
Wij helpen u graag.