Hoe de
regionale plannen uit het rapport Wennink aansluiten op de nieuwe Europese prioriteiten
In voorgaande twee edities in de Wennink-reeks* bespraken we hoe het rapport-Wennink richting geeft aan toekomstige investeringen in technologie en samenwerking en hoe deze agenda aansluit op Europese discussies over concurrentiekracht en strategische autonomie. Ook zagen we dat veel van deze ambities terugkomen in lopende NGF-programma’s en dat het nieuwe coalitieakkoord in lijn ligt met de aanbevelingen uit het rapport. Het kabinet kiest zo expliciet voor innovatie als fundament onder het toekomstige verdienvermogen van Nederland.
In dit derde artikel onderzoeken Boris Zwerver en Joost Rooijmans hoe de aanbevelingen uit het rapport-Wennink terugkomen in het nieuwe Europese Meerjarig Financieel Kader (MFK) en welke kansen dat biedt voor organisaties die gebruik willen maken van Europese financiering.
Nederland en Europa kiezen dezelfde koers
De Europese Unie en Nederland staan voor dezelfde vraag: hoe blijven we economisch relevant en innovatief in een tijd van economische instabiliteit, geopolitieke spanningen en toenemende vergrijzing? De adviesrapporten van Enrico Letta, Mario Draghi en Peter Wennink geven richting aan het antwoord. Zowel de Europese Commissie als het Nederlandse kabinet gebruiken deze rapporten als basis voor toekomstig beleid.
Voor Nederlandse organisaties is het interessant om te kijken waar het rapport-Wennink aansluit op het nieuwe Europese MFK. Op die raakvlakken ontstaan mogelijkheden om aan te sluiten bij Europese prioriteiten.
De focus van Europa
Het aanstaande MFK van de Europese Unie legt de budgettaire prioriteiten voor de periode 2028-2034 vast. Voor Nederlandse organisaties biedt het MFK de mogelijkheid om strategische domeinen te verbinden aan Europese investeringen met dezelfde prioriteiten. Het MFK is ingericht rond een aantal hoofdthema’s die aansluiten bij de strategische agenda van de EU. Die zijn nauw verbonden met de aanbevelingen uit het Draghi-rapport, waarin Europese concurrentiekracht en strategische autonomie centraal staan.
Zowel de inrichting als de inhoudelijke prioriteiten van het nieuwe MFK zijn gericht op het versterken van de Europese concurrentiekracht en strategische autonomie. Het meer centraal gestuurde MFK moet zorgen voor minder bureaucratie, minder afzonderlijke fondsen en meer slagkracht. Daarbij komt meer nadruk te liggen op nationale prioriteiten dan op regionale. Over de definitieve samenstelling en verdeling van de budgetten wordt nog onderhandeld door de Europese lidstaten. Hoewel de begroting nog niet definitief is, geven de voorstellen van de Europese Commissie al een duidelijk beeld van de beoogde richting.
Bijna de helft van de begroting (44%) wordt ondergebracht in de Nationale & Regionale Partnerschapsplannen (NRPP). In dit nieuwe overkoepelende kader worden fondsen zoals EFRO, JTF en het GLB samengebracht. Daarbinnen zijn de volgende doelstellingen geformuleerd:
- Het ondersteunen van duurzame welvaart in alle regio’s.
- Het ondersteunen van de Europese defensiecapaciteit en veiligheid.
- Het versterken van sociale cohesie en het Europese sociale model.
- Het ondersteunen van landbouw, visserij en de leefbaarheid in plattelands- en visserijgebieden.
- Het beschermen en verankeren van fundamentele rechten, democratie en de rechtsstaat.
Verder is 21% van de begroting gereserveerd voor het European Competitiveness Fund (ECF). De Europese Commissie verwijst daarbij naar de aanbevelingen uit de rapporten van Letta en Draghi en onderstreept het belang van investeringen in technologie en innovatie. Het fonds richt zich op strategische technologieën die de Europese interne markt versterken. De prioriteiten zijn:
- Schone energie en decarbonisatie, zoals waterstof en batterijproductie.
- Digitale transitie, zoals AI en quantumtechnologie.
- Gezondheid, biotechnologie, landbouw en bio-economie, zoals genetische modificatie in de landbouw en vaccinproductie.
- Defensie en ruimtevaart, zoals satellietnavigatie, raketafweer en drones.
Samen met het ECF wordt ook Horizon Europe versterkt om toonaangevende innovatie te financieren en Europa een leidende positie te geven in de technologieën van de toekomst. Het budget wordt verdeeld over de volgende pijlers:
- Wetenschap op topniveau, ter versterking van het wetenschappelijke van Europa ten aanzien van de rest van wereld
- Concurrentievermogen en samenleving: wetenschap met hoge maatschappelijke impact
- Innovatie: Wetenschap met de nadruk op de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten
- Europese onderzoeksruimte: ontwikkeling van een gemeenschappelijke grensoverschrijdende Europese onderzoeksruimte te stimuleren
Daarnaast richten zowel het ECF als Horizon Europe zich op zogenoemde moonshots: ambitieuze projecten voor onderzoek, ontwikkeling en toepassing van technologieën die de strategische autonomie van de EU versterken. Het doel is Europa te positioneren als marktleider op terreinen als quantumcomputing, next-generation AI, regeneratieve therapieën en fusie-energie. Deze ambities sluiten aan bij de aanbevelingen van Letta, Draghi en Peter Wennink.
De focus van Wennink
Het rapport-Wennink maakt duidelijk dat het versterken van het Nederlandse verdienvermogen vraagt om omvangrijke en gerichte investeringen in meerdere samenhangende domeinen. Technologische vooruitgang alleen is daarbij niet voldoende. Ook het opbouwen en behouden van een sterke strategische positie in sectoren die bepalend zijn voor de toekomstige economische kracht van Nederland is essentieel.
De investeringen richten zich onder meer op digitalisering en kunstmatige intelligentie, life sciences en biotechnologie, energie- en klimaatoplossingen, mainports en digitale infrastructuur. Volgens Wennink vormen deze domeinen de basis voor de grote transities van deze eeuw. Een langjarige investeringsstrategie, waarin publieke middelen, private investeringen en Europese fondsen elkaar versterken, is daarbij onmisbaar.
Ook in het nationale beleid krijgt deze koers steeds nadrukkelijker vorm. In het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD wordt sterk ingezet op innovatie als motor van het toekomstige verdienvermogen. De prioriteiten sluiten grotendeels aan op de strategische domeinen uit het rapport-Wennink. Daarmee volgt het kabinet dezelfde lijn als de bredere Europese ontwikkelingen en aanbevelingen uit de rapporten van Draghi en Letta.
Een concreet voorbeeld is de voorgenomen oprichting van een Nationale Investeringsinstelling met een substantieel budget. Deze instelling moet projecten en bedrijven ondersteunen die onvoldoende toegang hebben tot private financiering. Zo krijgt het investeringslandschap een nieuwe impuls als opvolger van het Nationaal Groeifonds (NGF), dat onder het vorige kabinet werd stopgezet.
Hoe kunnen organisaties aanhaken?
Hoewel de rapporten van Letta en Draghi zich richten op Europa en het rapport-Wennink vooral op Nederland, delen ze dezelfde kernvisie: Europa en Nederland moeten hun strategische autonomie en technologisch leiderschap versterken om economisch relevant te blijven. De raakvlakken tussen het nieuwe MFK en het rapport-Wennink schetsen hoe het subsidielandschap zich de komende jaren ontwikkelt. Daarmee bieden ze organisaties ook handvatten voor hun subsidie- en financieringsstrategie.
Een belangrijk uitgangspunt is dat het nieuwe MFK niet alleen een Europees, maar ook een nationaal verhaal is. De Europese Commissie bepaalt de kaders en thema’s, zoals schone energie, digitale soevereiniteit en defensie. Van de totale begroting wordt 44% via de NRPP’s door de lidstaten zelf besteed. Het Rijk krijgt een grotere rol bij de keuze welke projecten worden gefinancierd. De nadruk verschuift naar een integrale aanpak die aansluit bij de strategische domeinen uit het rapport-Wennink.
Voor organisaties betekent dit dat projecten enerzijds moeten aansluiten op Europese prioriteiten en anderzijds op Nederlandse ambities. Gelukkig zijn de nationale ambities grotendeels in lijn met de Europese agenda. Voor bedrijven en overheden loont het daarom om deze prioriteiten mee te nemen bij het ontwikkelen van een subsidie- of financieringsstrategie.
De uitdagingen waar Nederland en Europa voor staan en de vlucht naar voren die hierbij door beide wordt genomen, bieden Nederlandse organisaties volop kansen om aan te sluiten bij de nieuwe prioriteiten. Wie projecten weet te verbinden aan de gezamenlijke ambities van Nederland en Europa, vergroot de kans op financiering en draagt bij aan het toekomstige Nederlandse en Europese verdienvermogen.
Meer weten?
De uitwerking van het nieuwe Europese MFK is volop in ontwikkeling. Wilt u weten wat de nieuwe prioriteiten betekenen voor uw organisatie of project? ERAC denkt graag met u mee over de mogelijkheden en de aansluiting op toekomstige Europese financiering.
