Blog
Subsidieaanvraag
21 mei 2026

Hoe Horizon Europe verandert na 2028

Horizon Europe is het Europese subsidieprogramma voor onderzoek en innovatie. Het is qua omvang het grootste Europese programma voor Nederlandse organisaties. Nederlandse partijen halen verreweg de meeste Europese subsidie uit dit programma. Tot nu toe gaat het om ruim 4,5 miljard euro in deze programmaperiode. Dat is meer dan de helft van alle Europese subsidie die in Nederland terechtkomt binnen het MFK 2021 tot en met 2027.

Vanaf 2028 start een nieuwe Europese begrotingsperiode. In dit artikel schetsen Steven Berens en Sabine Zwaans hoe Horizon Europe zich ontwikkelt op basis van het voorstel van de Europese Commissie. De onderhandelingen lopen nog, maar het voorstel geeft al een goed beeld van de belangrijkste voorgestelde wijzigingen.

Meer financiering voor onderzoek en innovatie

De rapporten van Draghi en Letta liggen onder dit voorstel. Mario Draghi keek in 2024 naar de toekomst van het concurrentievermogen van Europa. Enrico Letta ging in op de werking van de Europese markt en de rol van kennis en innovatie daarin, waarbij hij het vrij verkeer van kennis benoemt als een vijfde Europese vrijheid. De Europese Commissie heeft deze rapporten als uitgangspunt genomen voor het voorstel voor het nieuwe Horizon Europe programma. Het programma zet onderzoek en innovatie (O&I) centraal in het economisch en investeringsbeleid van de EU. Daarmee wil de Commissie de Unie versterken op concurrentievermogen, duurzaamheid, veiligheid en weerbaarheid.

De Commissie zet in op een eenvoudiger financieringslandschap, met meer ruimte voor publiek-private samenwerking. Daarbij komt er meer aandacht voor disruptieve en baanbrekende innovaties en wordt het programma toegankelijker voor aanvragers.

Het voorstel verdubbelt het budget voor Horizon Europe ten opzichte van 2021 tot en met 2027. Binnen de Europese Begroting 2028 tot en met 2034 (Meerjarig Financeel Kader/MFK) gaat het om 175 miljard euro. De ambitie blijft dat lidstaten minimaal 3 procent van het Europese bbp investeren in onderzoek en innovatie.

De Commissie wil daarnaast de nadruk vergroten op het valoriseren van opgedane kennis en het opschalen van technologieën en oplossingen. Daarom stelt zij voor om de structuur van Horizon Europe aan te passen. Het programma legt meer nadruk op concurrentievermogen en krijgt een sterkere relatie met het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF). Dit fonds is nieuw binnen het MFK 2028-2034 en bundelt investeringen op strategische prioriteiten zoals schone transitie, digitalisering, gezondheid en defensie. Hieronder lichten we de voorgestelde wijzigingen en de nieuwe structuur inclusief bijbehorende onderdelen toe. Het programma verschuift zichtbaar richting toepassing, samenwerking en positionering binnen consortia.

Van drie naar vier pijlers

De structuur van het programma verandert mee. Waar Horizon nu uit drie pijlers bestaat, worden dat er vier.

• Pijler 1: Excellente Wetenschap (Excellent Research)
• Pijler 2: Concurrentievermogen en Samenleving (Competitiveness and Society)
• Pijler 3: Innovatie (Innovation)
• Pijler 4: Europese Onderzoeksruimte (European Research Area)

Pijler 1: Excellente wetenschap
Deze pijler richt zich op fundamenteel en grensverleggend onderzoek. Het doel is de wetenschappelijke basis van de EU te versterken en talent aan te trekken en te behouden. In het voorstel heeft pijler 1 een budget van 44 miljard euro. Onder deze pijler vallen onder andere het European Research Council (ECR) dat steun biedt aan onderzoekers, met een focus op loopbaanontwikkeling zoals via de Marie Skłodowska-Curie-beurzen.

De Commissie breidt de European Research Council verder uit, met meer nadruk op grensverleggend onderzoek. Ook het initiatief ‘Choose Europe’ blijft bestaan, gericht op het binden van wetenschappelijk talent aan Europa.
Daarnaast maakt het Joint Research Centre (JRC) onderdeel uit van deze pijler. Dit centrum levert wetenschappelijke ondersteuning voor EU-beleid.

Pijler 2: Concurrentievermogen en samenleving
Pijler 2 richt zich op samenwerkingsgericht onderzoek en innovatie op terreinen met een grote maatschappelijke impact. De focus ligt op het concurrentievermogen van de EU binnen de prioriteiten die ook in het Europees Concurrentievermogenfonds zijn opgenomen:

• schone transitie en industriële decarbonisatie
• gezondheid, biotech, landbouw en bio economie
• digitaal leiderschap
• weerbaarheid en veiligheid, waaronder defensie-industrie en ruimtevaart

Daarnaast vallen onder deze pijler ook mondiale maatschappelijke uitdagingen. De EU missies blijven onderdeel van het programma, net als de faciliteit voor het Nieuw Europees Bauhaus, gericht op de combinatie van duurzaamheid, leefomgeving en ontwerp.

Met een budget van ruim 75 miljard euro is dit de grootste pijler binnen Horizon Europe.

Pijler 3: Innovatie
De derde pijler stimuleert innovatie in Europa, met aandacht voor de ontwikkeling van nieuwe producten, diensten en bedrijfsmodellen. De Commissie breidt de European Innovation Council (EIC) uit om risicovolle en disruptieve projecten gefaseerd te financieren. Daarbij is er specifieke aandacht voor defensie en dual use start ups.

Onder deze pijler zet de European Innovation Council haar huidige activiteiten voort. Het gaat om pathfinder subsidies voor onderzoek met een hoger risico en transitionsubsidies die de verdere ontwikkeling richting commerciële toepassing ondersteunen. Daarnaast is er de accelerator, gericht op investeringen en blended finance voor het ontwikkelen en vermarkten van innovaties.

De verschillende instrumenten worden ingezet in samenhang met de europese innovatie ecosystemen (EIE). EIE is een complementaire activiteit aan het EIC en draagt bij aan de zogeheten kennisdriehoek tussen hoger onderwijs, onderzoek, innovatie en bedrijvigheid. Voor deze pijler is ruim 38 miljard euro begroot.

Pijler 4: Europese onderzoeksruimte
Deze laatste pijler richt zich op de verdere ontwikkeling van een geïntegreerde Europese onderzoeksruimte (ERA). In het voorstel gaat het om een budget van 16 miljard euro.

De nadruk ligt op het versterken van kwaliteit en impact. Onder deze pijler valt ook een aangepaste widening component. ERA was eerder bekend als WIDERA (widening participation and strengthening the European Research Area).
De Commissie maakt voortaan onderscheid tussen widening landen en transitielanden. Voor de eerste groep wordt de bijdrage sterker gekoppeld aan nationale investeringen in onderzoek en innovatie.

Nieuw is dat deze pijler ook ondersteuning biedt voor de ontwikkeling en het gebruik van onderzoeks- en technologische infrastructuren.

Minder variatie in regels en kortere werkprogramma’s

Om het programma eenvoudiger te maken, stelt de Commissie nog enkele aanpassingen voor.

In de huidige programmaperiode 2021-2027 wordt onderscheid gemaakt tussen Research and Innovation Actions (RIA) en Innovation Actions (IA) met verschillende subsidiepercentages. In het voorstel voor 2028 -2034 geldt één subsidiepercentage van 100 procent voor deze typen projecten. Voor organisaties met een winstoogmerk, met uitzondering van het mkb, blijft een maximum van 70 procent gelden.

Daarnaast zet de Commissie in op kortere werkprogramma’s, met meer ruimte voor ‘open topic’ openstellingen, waarbij het onderwerp minder strak vooraf is vastgelegd. De Commissie wil de beoordeling en toekenning van subsidie versnellen van acht naar zeven maanden. Ook gaat zij werken met versimpelde kostenopties, zoals lump sums voor eenvoudigere financiering. Excellentie blijft een belangrijk beoordelingscriterium binnen dit programma.

Ruimte voor moonshot projecten

Tot slot voorziet het voorstel buiten de pijlers ook in zogeheten ‘moonshot’ projecten. Deze projecten lopen van onderzoek via demonstratie naar toepassing. Voor deze trajecten bundelt de Commissie middelen uit Horizon Europe, het Europees Concurrentievermogenfonds en nationale, publieke en private financieringsbronnen.

Het gaat om grootschalige en ambitieuze onderzoek en innovatie initiatieven, gericht op strategische technologie en weerbaarheid. Daarmee wil de EU haar positie internationaal versterken.

Voorbeelden die worden genoemd zijn quantum computing, de ruimte economie, zero water pollution en regeneratieve therapieën

Gericht voorsorteren op het MFK 2028–2034

Ook op andere terreinen verschuiven de accenten, bijvoorbeeld rond regionale ontwikkeling, veiligheid en strategische autonomie. Daarmee wordt nu al duidelijk waar kansen ontstaan en waar keuzes nodig zijn.

Meer grip hierop? De Strategische MFK kansenkaart geeft een compact overzicht van uw positie, relevante thema’s en mogelijke samenwerkingen binnen het nieuwe Europese budget.

Lees meer

Voor een vertaling naar uw eigen organisatie kunt u onderaan deze pagina uw gegevens achterlaten. We kijken graag met u mee naar uw positie richting Horizon Europe en het bredere MFK.

Vragen?

Neem direct contact op met
Anne Sampson

+31 (0)6 46 28 34 66
annesampson@erac.nl

    voorwaarden