Blog
Subsidieaanvraag
03 juli 2026

Laatste CEF Transport-call officieel geopend

De Europese Commissie heeft de nieuwe CEF Transport-oproep gepubliceerd. Met een budget van € 1,1 miljard gaat het naar verwachting om de laatste CEF Transport-oproep binnen de huidige programmaperiode (2021–2027).

De oproep biedt subsidiemogelijkheden voor uiteenlopende projecten, van spoor, binnenvaart en havens tot laadinfrastructuur, scheepvaart en militaire mobiliteit. Nu de definitieve voorwaarden bekend zijn, zet adviseur Igor Savelkouls de belangrijkste onderdelen van de call op een rij en licht hij toe welke voor Nederlandse aanvragers het meest relevant zijn.

Igor Savelkous
Senior adviseur

CEF Transport in het kort

De Connecting Europe Facility (CEF) Transport-oproep is op 18 juni 2026 officieel geopend door de Europese Commissie. Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 6 oktober 2026. Aangezien dit de laatste oproep binnen de huidige programmaperiode betreft, is de competitie naar verwachting groot. Het is daarom belangrijk om tijdig met de voorbereiding te starten, omdat cofinanciering en vereiste verklaringen vaak veel tijd kosten.

In totaal is € 1,1 miljard beschikbaar voor het moderniseren, verduurzamen en koolstofvrij maken van het Trans-Europese Transportnetwerk (TEN-T), met als doel een klimaatneutraal en veerkrachtig Europa in 2050 te realiseren. De oproep is bedoeld voor studies met een looptijd tot eind 2029 en uitvoeringsprojecten die tot eind 2030 kunnen doorlopen. Het budget is verdeeld over:

  • Spoor en binnenlandse vaarwegen (€ 350 miljoen);
  • Scheepvaart (€ 200 miljoen);
  • Verduurzaming van wegtransport en luchthavens (€ 130 miljoen);
  • Militaire mobiliteit (€ 130 miljoen);
  • Autonoom rijden (€ 20 miljoen);
  • Externe grensovergangen (€ 20 miljoen);
  • Cohesiebeleid (€ 260 miljoen).

Spoor en binnenlandse vaarwegen

Voor spoor en binnenvaart is gezamenlijk € 350 miljoen beschikbaar. Subsidies variëren van € 1 miljoen tot € 30 miljoen, met hogere maxima voor grensoverschrijdende projecten: tot € 70 miljoen bij samenwerking tussen twee lidstaten en tot € 100 miljoen bij projecten met meerdere lidstaten. De subsidiepercentages bedragen maximaal 50% van de kosten voor studies en 30% voor railwerken. Voor binnenvaartprojecten kan dit oplopen tot 50% en in ultraperifere regio’s zelfs tot 70%. Ook grensoverschrijdende verbindingen kunnen in aanmerking komen voor een subsidiepercentage van maximaal 50%.

Binnen de binnenvaart richt de oproep zich op de ontwikkeling en verbetering van infrastructuur, zoals sluizen, bruggen, stuwen en dammen. Deze investeringen moeten zorgen voor stabielere navigatiecondities en een grotere transportcapaciteit. Voor het spoor komen zowel studies als uitvoeringsprojecten in aanmerking. Financiering is nadrukkelijk niet bedoeld voor treinstations, maar voor essentiële infrastructuur, zoals grensoverschrijdende verbindingen, ontbrekende schakels en multimodale koppelingen met onder meer binnenvaart en maritiem transport. Daarbij ligt de prioriteit bij (internationale) hogesnelheidslijnen die bijdragen aan de integratie van spoor en luchtvaart. Voor Nederlandse partijen liggen de belangrijkste kansen bij de ontwikkeling van overslagcentra en het verbeteren van bruggen, sluizen, stuwen en dammen.

Verduurzaming scheepvaart

Voor de verduurzaming van de scheepvaart is € 200 miljoen beschikbaar. De focus ligt op het moderniseren van transportinfrastructuur binnen het TEN-T-netwerk en het verminderen van de milieueffecten van vervoer, met speciale aandacht voor shortsea-verbindingen en de binnenvaart.

De oproep richt zich uitsluitend op walstroom- en laadinfrastructuur in maritieme en binnenhavens van het TEN-T-netwerk, inclusief netverzwaring en beperkte aanvullende investeringen (maximaal 20% van de subsidiabele kosten), zoals duurzame energieopwekking en opslag. Ook de verduurzaming van schepen die varen op het TEN-T-netwerk komt in aanmerking. Het gaat daarbij om alternatieve aandrijftechnologieën voor binnenschepen en kustvaartschepen (inclusief maritieme veerboten), zoals elektrisch, hybride, waterstof, ammoniak, methanol en biomethaan, en om de toepassing van windondersteunde voortstuwing (WAPS).

Alleen grotere schepen (≥ 2.000 GT of binnenvaartschepen langer dan 20 meter met meer dan 12 passagiers) komen hiervoor in aanmerking. Cruiseschepen, ijsbrekers, sleepboten en pleziervaartuigen zijn uitgesloten. Hybride schepen moeten bovendien beschikken over walstroom en voldoende batterijcapaciteit voor minimaal 10 zeemijl.

Een belangrijke voorwaarde is dat minimaal 10% van de projectkosten wordt gefinancierd door een publieke of private financiële instelling. Ongeoormerkte kredietfaciliteiten voldoen niet aan deze eis. De financiering moet bovendien zijn goedgekeurd door het bestuursorgaan van de betreffende instelling. Subsidies variëren van € 1 miljoen tot € 10 miljoen en bedragen maximaal 30% van de subsidiabele kosten. In ultraperifere regio’s kan dit oplopen tot 70%. Studies zijn binnen deze oproep uitgesloten. Voor de installatie of aanpassing van energiesystemen geldt een maximumsubsidie van € 5 miljoen per vaartuig.

Verduurzaming van wegtransport en luchtvaart

Voor alternatieve brandstoffen in het wegtransport en de elektrificatie van de grondafhandeling in de luchtvaart is € 130 miljoen beschikbaar.

De oproep richt zich op de aanleg van openbaar toegankelijke laadinfrastructuur voor zware voertuigen (HDV), in de vorm van Megawatt Charging Systems (minimaal vier laadpunten van ≥ 1 MW) en Combined Charging Systems (een combinatie van laadpunten van ≥ 1 MW en ≥ 350 kW). Deze moeten zijn gelegen binnen 3 kilometer van TEN-T-weguitritten, in Safe and Secured Parking Areas (SSPA) en stedelijke TEN-T-knooppunten, waaronder havens.

De subsidiabele kosten omvatten onder meer de aanleg van laadpunten, elektrische infrastructuur zoals bekabeling, onderstations en energieopslag, en ondersteunende voorzieningen zoals overkappingen, parkeerfaciliteiten en veiligheidsmaatregelen. Tot 20% van de projectkosten mag worden besteed aan netaansluiting en lokale duurzame energieopwekking.

Subsidies bedragen maximaal 30% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 1 miljoen en een maximum van € 10 miljoen. In ultraperifere regio’s kan dit oplopen tot 70%. Studies zijn uitgesloten. Daarnaast moet minimaal 10% van de projectkosten worden gefinancierd door een publieke of private financiële instelling.

Voor Nederlandse partijen liggen de grootste kansen bij logistieke knooppunten, havens en stedelijke corridors waar al wordt ingezet op zero-emissietransport.

Militaire mobiliteit

Voor de ontwikkeling van het militaire mobiliteitsnetwerk is € 130 miljoen beschikbaar. Deze oproep sluit aan op het Military Mobility Package 2025, dat gericht is op het realiseren van een ‘militair Schengen’.

Projecten moeten zich richten op dual-use transportinfrastructuur binnen het TEN-T- en militaire mobiliteitsnetwerk, zodat deze zowel voor defensie als civiel gebruik geschikt is. Ook investeringen die de weerbaarheid van transportinfrastructuur vergroten, bijvoorbeeld tegen klimaatverandering, natuurrampen of cyberdreigingen, kunnen onderdeel uitmaken van een voorstel, voor zover deze relevant zijn voor het project.

Prioriteit ligt bij projecten binnen de vier Europese corridors voor militaire mobiliteit, die snelle en grootschalige verplaatsing van troepen en materieel via weg, spoor, zee en lucht mogelijk maken. Voor Nederland zijn vooral de Noordzee-Baltische corridor (richting België, Duitsland, Polen, de Baltische staten en Finland) en de Rijn-Alpen corridor (richting België, Duitsland, Zwitserland en Italië) relevant. Daarnaast kunnen Nederlandse partijen, zij het met een lagere prioriteit, deelnemen aan projecten binnen de Noordzee-Mediterrane corridor.

Autonoom rijden

Voor de toepassing van innovatieve technologieën voor autonome voertuigen is € 20 miljoen beschikbaar. De focus ligt op testomgevingen en infrastructuur voor zelfrijdende voertuigen.

Projecten kunnen worden uitgevoerd op het kernnetwerk, het uitgebreide kernnetwerk, het alomvattende TEN-T-netwerk en in stedelijke knooppunten. Activiteiten buiten het TEN-T-netwerk komen eveneens in aanmerking, mits de noodzaak overtuigend wordt onderbouwd en de meerwaarde voor het TEN-T-netwerk duidelijk wordt aangetoond.

De nadruk ligt op investeringen die bijdragen aan de (pre-)commerciële uitrol van autonome mobiliteit met voldoende volwassen technologie. Onderzoeks- en innovatieactiviteiten vallen buiten de scope, maar projecten kunnen wel aanvullend zijn op initiatieven binnen Horizon Europe. Subsidiabel zijn onder meer investeringen in controlecentra (IT-apparatuur, exclusief gebouwen) en digitale infrastructuur voor nauwkeurige voertuigpositionering en communicatie met de omgeving, inclusief interactie met hulpdiensten. Aanvragers moeten aantonen in hoeverre gebruik wordt gemaakt van geharmoniseerde Europese, zoals C-ROADS, en nationale digitale infrastructuren.

Voor Nederlandse partijen liggen kansen in living labs en pilots waar al wordt geëxperimenteerd met slimme mobiliteit en de digitalisering van infrastructuur. Kosten voor voertuigen, voertuiguitrusting en infrastructuur voor alternatieve brandstoffen vallen buiten deze oproep. Subsidies bedragen maximaal 50% van de subsidiabele kosten en variëren van € 1 miljoen tot € 20 miljoen. In perifere regio’s kan dit oplopen tot 70%.

Aan de slag met CEF Transport

CEF Transport biedt uiteenlopende financieringsmogelijkheden voor transportprojecten binnen Europa. Wilt u weten welke kansen deze oproep voor uw organisatie biedt? ERAC ondersteunt organisaties bij het beoordelen van de subsidiemogelijkheden, het opstellen van een kansrijke aanvraag en de financiële verantwoording van CEF-projecten.

Vragen?

Neem direct contact op met
Jimmy Danner

+31 (0)6 14 31 98 05
jimmydanner@erac.nl

    voorwaarden