Nieuwe CEF Transport-oproep verwacht
Waarschijnlijk op 18 juni 2026 lanceert de Europese Commissie een nieuwe oproep binnen het Connecting Europe Facility (CEF) Transport-programma. Daarmee ontstaat naar verwachting de laatste mogelijkheid om binnen de huidige programmaperiode (2021–2027) een beroep te doen op CEF Transport-financiering.
Projecten rond spoor, binnenvaart, havens, laadinfrastructuur en schone mobiliteit kunnen binnen deze oproep in aanmerking komen voor Europese subsidie. Met een budget van circa € 1,1 miljard biedt de call nog eenmaal ruimte voor grootschalige investeringen in transportinfrastructuur.
Hoewel de indieningsdeadline waarschijnlijk pas op 6 oktober 2026 ligt, begint de voorbereiding voor veel projecten al veel eerder. Vergunningstrajecten, financieringsafspraken en nationale goedkeuringen nemen doorgaans maanden in beslag.
In dit artikel licht Kiran Kanhai toe wat deze oproep inhoudt, welke projecten in aanmerking komen en waar bij een aanvraag extra aandacht voor nodig is.
Update 22/06: De CEF Transport-oproep is inmiddels officieel geopend. De deadline voor het
indienen van aanvragen is 6 oktober 2026
Wat houdt deze CEF Transport-call in?
De aankomende call beschikt over een totaalbudget van circa € 1,1 miljard. Daarvan is € 720 miljoen bestemd voor niet-cohesielanden zoals Nederland en € 130 miljoen voor militaire mobiliteit, met nadruk op projecten waarbij meerdere lidstaten betrokken zijn.
Omdat dit de laatste oproep binnen de huidige programmaperiode betreft, kan de concurrentie om middelen hoog oplopen. Organisaties die overwegen een aanvraag in te dienen, doen er daarom goed aan om de voorbereiding tijdig op te starten.
Projectfinanciering ligt tussen de € 10 en € 100 miljoen, afhankelijk van onder meer de prioriteit en het grensoverschrijdende karakter. De middelen zijn gericht op projecten die de strategische transportinfrastructuur binnen de EU versterken, met een duidelijke focus op het kernnetwerk. De belangrijkste budgetverdelingen zijn:
- € 350 miljoen voor spoorwegen (hogesnelheidslijnen, grensoverschrijdende projecten, missing links en multimodale spooraansluitingen) en binnenvaart (vaarwegen, dammen, stuwen, bruggen en sluizen);
- € 20 miljoen voor autonoom rijden (controlecentra voor praktijktesten en wegkantapparatuur voor de automatische transmissie van autogegevens);
- € 130 miljoen voor de verduurzaming van wegtransport (laadinfrastructuur en energieopslag voor vrachtvervoer) en luchthavens (elektrificatie van grondoperaties);
- € 200 miljoen voor de scheepvaart (walstroom en aanpassing van schepen voor schone brandstoffen en elektrisch varen);
- € 20 miljoen voor externe grensovergangen, met prioriteit voor verbetering van bestaande overgangen;
- € 130 miljoen voor militaire mobiliteit.
Welke projecten komen in aanmerking?
CEF Transport ondersteunt projecten die bijdragen aan de ontwikkeling van het Trans-Europese Transportnetwerk (TEN-T). Dit netwerk bestaat uit negen kerncorridors, waarvan er twee door Nederland lopen. Initiatieven moeten aantoonbaar bijdragen aan duurzame economische groei, werkgelegenheid en een sterker concurrentievermogen van de Europese transportsector.
Daarnaast is aansluiting bij de doelstellingen van de Europese Green Deal een belangrijke voorwaarde, met specifieke aandacht voor emissievrije mobiliteit. De focus ligt op kapitaalintensieve projecten die zonder publieke ondersteuning moeilijk realiseerbaar zijn. Een goed voorbeeld hiervan is waterstoftankinfrastructuur, waarbij de businesscase voor marktpartijen vaak nog onvoldoende rendabel is.
Binnen de call wordt onderscheid gemaakt tussen voorbereidende studies en uitvoeringsprojecten (works):
- Studies kunnen tot maximaal 50% van de projectkosten vergoed krijgen;
- Works ontvangen doorgaans tot 30% subsidie. Voor specifieke categorieën, zoals grensoverschrijdende projecten, militaire mobiliteit, autonoom rijden en binnenvaart, kan dit oplopen tot maximaal 50%.
Subsidiabele activiteiten zijn onder meer:
- Het oplossen van ontbrekende schakels in het netwerk;
- Het wegnemen van bestaande infrastructurele knelpunten;
- Het beter integreren van nationale spoorwegnetten en transportdiensten;
- Het verbeteren van grensoverschrijdende verbindingen;
- Het verduurzamen en efficiënter maken van transportsystemen;
- De inzet van innovatieve en energie-efficiënte technologieën met een lage CO₂-uitstoot.
De oproep staat open voor zowel publieke als private partijen, waaronder overheden, havenbedrijven, industrie, logistieke organisaties en dienstverleners.
Aandachtspunten bij de aanvraag
Hoewel de deadline waarschijnlijk op 6 oktober 2026 wordt vastgesteld, betekent dat niet dat organisaties tot het najaar kunnen wachten. Financieringsafspraken, nationale goedkeuringen en milieugerelateerde verklaringen vormen een belangrijk onderdeel van de aanvraag. Deze trajecten kosten dikwijls meer tijd dan verwacht.
Voor blending-projecten moet minimaal 10% van de projectkosten worden gefinancierd door een financiële instelling, bijvoorbeeld via een lening. Dit moet worden onderbouwd met een bankverklaring. Houd daarbij rekening met de doorlooptijd van due diligence-processen bij banken. Daarnaast is het van belang om tijdig milieugerelateerde verklaringen aan te vragen bij bevoegde instanties, zoals verklaringen met betrekking tot Natura 2000-gebieden en waterkwaliteit.
Voor Nederlandse aanvragers speelt bovendien dat deelname alleen mogelijk is met goedkeuring van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Aanvragen hiervoor verlopen via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die ondersteuning biedt bij het beoordelen, controleren en monitoren van projecten en daarnaast het ministerie en de Europese Commissie adviseert over het proces. Nederland komt bovendien niet in aanmerking voor het budget dat specifiek voor cohesielanden is gereserveerd.
Houd er verder rekening mee dat voorbereidingsprojecten uiterlijk eind 2029 afgerond moeten zijn, terwijl voor uitvoeringsprojecten een deadline geldt van eind 2030.
Voor Nederlandse organisaties kan het daarnaast noodzakelijk zijn om aanvullende nationale of regionale cofinanciering te regelen om het eigen aandeel te dekken.
Blik vooruit
Deze oproep kan een belangrijk kantelpunt zijn voor partijen die de komende jaren willen investeren in Europese transportinfrastructuur. Het gaat naar verwachting om de laatste CEF Transport-call binnen de huidige programmaperiode. Welke budgetten, voorwaarden en prioriteiten vanaf 2028 gaan gelden, is nog niet bekend.
Wel zijn er signalen vanuit de Raad dat lidstaten mogelijk een grotere rol krijgen, met meer invloed op zowel de inhoud van werkprogramma’s als de selectie van projecten. Daarnaast wordt verwacht dat er meer nadruk komt te liggen op grensoverschrijdende samenwerking en militaire mobiliteit.
Voor organisaties die hier beter op willen inspelen, biedt de Strategische MFK-kansenkaart een compact overzicht van de eigen positie, relevante thema’s en mogelijke samenwerkingen binnen het nieuwe Europese budget. Wie deze inzichten wil vertalen naar de eigen organisatie, kan onderaan de pagina gegevens achterlaten om samen de kansen binnen CEF Transport en het bredere MFK verder te verkennen.

