Blog
Ecosysteem-ontwikkeling
16 maart 2026

NL2120 als ontwikkelings-
route voor gebiedseigenaren

Keuzes over water, bodem en ruimte worden gemaakt binnen concrete gebiedsprocessen. Gemeenten, provincies en waterschappen werken aan woningbouw, landbouw, waterveiligheid en natuurherstel binnen hetzelfde gebied. Water en bodem geven richting, terwijl beleid, uitvoering en beheer vaak langs verschillende lijnen zijn georganiseerd.

NL2120 werkt met water en bodem als uitgangspunt en volgt hoe deze doorwerken in beleid en uitvoering. Het programma biedt een kader om ruimtelijke opgaven binnen gebieden met elkaar te verbinden.

In dit artikel beschrijft Simon Liu hoe NL2120 is opgebouwd en wat deze aanpak betekent voor gebiedseigenaren in de dagelijkse praktijk.

Simon Liu
Senior adviseur

NL2120 in de praktijk

Nature-based Solutions worden vaak gekoppeld aan “meer groen” of aan een losse maatregel in de openbare ruimte. Binnen NL2120 worden ze benaderd als onderdeel van het functioneren van water-, bodem- en ecosysteemprocessen, zodat oplossingen ook onder veranderende omstandigheden blijven werken.

In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat in stedelijke gebieden wateropvang en verkoeling direct worden meegenomen in de inrichting en het beheer van straten, pleinen en parken, in plaats van als een aparte ingreep achteraf.

In de aanpak wordt gewerkt vanuit drie perspectieven: fysisch-ecologisch, sociaal-economisch en institutioneel. Zo wordt gekeken naar wat een oplossing doet in het natuurlijke systeem, wat zij betekent voor gebruik en kosten, en hoe zij kan worden ingepast in beleid, samenwerking en uitvoering.

Vijf landschaptypen als uitgangspunt

Een belangrijk onderdeel van de aanpak is de indeling in vijf landschaptypen: kust, rivieren, zand, veen en steden. Deze indeling maakt het mogelijk om kennis en ontwerpprincipes te ontwikkelen die aansluiten bij de dynamiek van een landschap, inclusief de bijbehorende risico’s, kansen en randvoorwaarden.

De landschapsindeling helpt om samenhang te houden in ruimtelijke keuzes die vaak per sector of project worden gemaakt. Door te werken vanuit het landschap wordt zichtbaar hoe opgaven elkaar raken. Wat betekent waterbeschikbaarheid op zandgronden voor landbouw, natuur en drinkwater? Welke combinaties zijn logisch in veenweiden wanneer bodemdaling, waterpeil en verdienmodellen samenkomen? Hoe richt je steden in op piekbuien en hitte, met beheer en onderhoud in het vizier?

De landschaptypen vormen het inhoudelijke vertrekpunt van NL2120. Ze maken zichtbaar hoe water, bodem en natuur samenhangen met functies en keuzes in een gebied. De vijf programmapunten beschrijven hoe NL2120 binnen elk landschaptype kennis ontwikkelt, in de praktijk toepast en opschaalt. Dit loopt van de koppeling met beleid en economie tot innovatie, praktijkleren, pilots en vouchers en het uitwerken van toekomstbeelden.

1. Koppeling natuur, economie en beleid

NL2120 sluit aan bij het denken over groen verdienvermogen en brede welvaart. Het programma richt zich op een inrichting die natuur en klimaatweerbaarheid versterkt en tegelijk bijdraagt aan het economisch functioneren op de lange termijn.

Nature-based Solutions worden daarbij niet alleen ecologisch bekeken. Ze spelen ook een rol in risicobeheersing, leefkwaliteit, productiviteit en de ontwikkeling van nieuwe diensten en markten. Voor gebiedseigenaren betekent dit een bredere afweging dan één project of maatregel, met aandacht voor effecten over de levensduur en de inpassing in bestaande beleids- en uitvoeringsprocessen. NL2120 richt zich expliciet op het onderbouwen van deze afwegingen.

2. Innovatie en internationale toepasbaarheid

NL2120 ontwikkelt kennis die niet alleen in Nederland toepasbaar is. Inzichten en ervaringen uit Nederlandse gebieden kunnen ook worden gebruikt in andere regio’s, inclusief internationaal.

Daarmee krijgen Nature-based Solutions een duidelijke innovatiecomponent. Het gaat om ontwerpprincipes, monitoring, beheerconcepten, biobased toepassingen en nieuwe vormen van samenwerking en financiering. Voor Nederland draagt dit bij aan de kennispositie en aan marktontwikkeling, aangezien veel delta’s, kusten en riviergebieden wereldwijd vergelijkbare opgaven kennen.

3. Samenwerkingsmodel en praktijkleren

NL2120 werkt met verschillende samenwerkingsvormen, waaronder Communities of Practice, werkplaatsen en pilots. Deze vormen zijn bedoeld om kennis niet alleen te ontwikkelen, maar ook te toetsen en te verfijnen binnen lopende gebiedsprocessen.

Een voorbeeld uit het veenlandschap is de pilot in de Hegewarren rond lisdoddeteelt. In dit gebied is in de praktijk geëxperimenteerd met natte teelt bij een verhoogd waterpeil. Daarbij zijn keuzes gemaakt over perceelinrichting, gebruik en beheer, en is gekeken hoe deze uitpakken binnen bestaande afspraken en processen. Zo werd duidelijk hoe theorie en praktijk zich tot elkaar verhouden.

4. Vouchers (hotspots) en pilots als instap

Voor partijen die met de opgebouwde kennis aan de slag willen, biedt NL2120 een voucher- en hotspotregeling. Hiermee kunnen gebieden op een laagdrempelige manier ondersteuning krijgen vanuit het consortium.

Een gemeente kan bijvoorbeeld met een concrete vraag aansluiten, zoals de herinrichting van een wijk waar wateroverlast en hittestress samenkomen. Met een voucher wordt die vraag uitgewerkt samen met kennispartners. Er wordt gekeken welke Nature-based Solutions passen bij het landschaptype, wat dit betekent voor inrichting en beheer en hoe dit kan worden ingepast in een lopend project. De uitkomsten worden gebruikt binnen het project zelf en gedeeld binnen een werkplaats of pilot.

Op deze manier worden lopende gebiedsprocessen benut om te leren, terwijl inzichten direct toepasbaar blijven voor beleid en uitvoering.

5. Toekomstbeelden per landschaptype

Deze toekomstbeelden laten per landschaptype zien hoe water, bodem en natuur richtinggevend zijn voor de inrichting en het gebruik van een gebied op de lange termijn. Het toekomstbeeld schetst een waarschijnlijke en werkbare route, gekoppeld aan de grote Nederlandse opgaven zoals wonen, landbouw, waterveiligheid, energie, bereikbaarheid en economie. Water en bodem blijven daarbij leidend en maatschappelijke functies krijgen een plek binnen duidelijke grenzen.

In een veenweidegebied betekent dit bijvoorbeeld: ruimte voor waterberging en natte teelten, landbouw die zich aanpast aan nattere omstandigheden, woningbouw geconcentreerd op hogere delen en infrastructuur die aansluit op het natte landschap. Daarmee maakt het toekomstbeeld zichtbaar welke ruimte het landschap zelf biedt en welke keuzes nodig zijn wanneer meerdere opgaven samenkomen. Het toekomstbeeld dient als referentie voor beleid en gebiedsontwikkeling, zonder vast te leggen hoe een gebied er precies uit moet komen te zien.

Binnen het programma worden daarnaast verkenningen uitgevoerd om de bandbreedte en potentie van Nature-based Solutions scherp te krijgen. Deze verkenningen zijn bedoeld voor interne duiding en vormen input voor het uiteindelijke toekomstbeeld.

De toekomstbeelden dienen als richtinggevend ingrediënt voor beleid en gebiedsontwikkeling, zonder te bepalen hoe een gebied er precies uit moet zien.

NL2120 verwacht deze toekomstbeelden te presenteren tijdens de jaarlijkse De Oogstdag is een moment waarop kennis wordt gedeeld en praktijk en beleid elkaar ontmoeten. Blijf op de hoogte via NL2120 nieuws.

Wat betekent dit voor lokale praktijk en uitvoering?

Voor uitvoerders en bestuurders krijgt NL2120 betekenis wanneer toekomstbeelden en Nature-based Solutions worden gebruikt bij keuzes in projecten en programma’s. De landschapsindeling biedt daarbij houvast. Ze helpt om opgaven te plaatsen binnen een samenhangende systeemrichting die past bij het landschap en de opgaven die daar samenkomen.

In de praktijk gaat het dan om vragen zoals:

  • Hoe in stedelijke gebiedsontwikkeling structureel ruimte wordt gemaakt voor water en koelte, met aandacht voor beheer en onderhoud
  • Welke combinaties in veenweidegebieden bodemdaling beperken en economische functies in stand houden
  • Welke ontwerpprincipes langs kust en rivieren passen bij de combinatie van veiligheid, ecologie en ruimtelijke kwaliteit

Aansluiting bij gebiedseigenaren

Voor gemeenten, provincies en waterschappen biedt NL2120 twee duidelijke aangrijpingspunten.

Ten eerste het werken met landschaptypen als gezamenlijke taal. Toekomstbeelden en ontwerpprincipes per landschaptype maken het mogelijk om opgaven te verbinden en keuzes te plaatsen binnen een bredere richting.

Ten tweede de stap van kennis naar uitvoering. Via pilots, werkplaatsen en vouchers kunnen Nature-based Solutions worden toegepast binnen beleid, projecten en beheer, met ruimte om te leren binnen lopende gebiedsprocessen.

Klimaatactie in de gebiedspraktijk

De keuzes die binnen NL2120 worden verkend, raken direct aan de klimaatopgave. Werken met water en bodem, het toepassen van Nature-based Solutions en het maken van samenhangende gebiedskeuzes dragen bij aan het beperken van klimaatrisico’s en het versterken van de weerbaarheid van gebieden. Daarmee sluit de aanpak aan bij Sustainable Development Goal 13 Klimaatactie, waarin adaptatie, veerkracht en langetermijnkeuzes centraal staan.

Voor ERAC ligt hier een duidelijke rol. In de dagelijkse praktijk ondersteunen wij gebiedseigenaren bij het vertalen van dit soort programma’s naar concrete keuzes in beleid, projecten en gebiedsprocessen. Niet door één oplossing naar voren te schuiven, maar door samenhang aan te brengen tussen klimaatdoelen, economische ontwikkeling en bestuurlijke haalbaarheid.

Zo maken we klimaatactie concreet op gebiedsniveau. Niet als abstract doel, maar als onderdeel van keuzes over inrichting, gebruik en beheer die vandaag worden gemaakt en die op de lange termijn het verschil maken.

Vragen?

Neem direct contact op met
Pieter Liebregts

+31 (0)6 53 28 86 57
pieterliebregts@erac.nl

    voorwaarden