Blog
Financiering
21 september 2026

Provincies kunnen zich nu al voorbereiden op het NRPP

Verschillende partijen werken aan het Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan (NRPP), dat Nederland eind 2027 bij de Europese Commissie moet indienen. Voor provincies is het zaak om nu al hun inzet voor de nieuwe programmaperiode te concretiseren. Adviseur Steven Berens legt uit waarom en hoe provincies zich kunnen voorbereiden op 2028.

Steven Berens
Adviseur

Het NRPP en “Ringfencing”

Het NRPP moet een koepel vormen van verschillende “decentrale” programma’s uit de huidige programmaperiode, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Just Transition Fund (JTF), het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), het Europees Maritieme, Visserij- en Aquacultuurfonds (EMVAF) en het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+). Nederland ontvangt, op basis van de voorstellen van de Europese Commissie van juli 2025, ongeveer 1% van het totale NRPP-budget: zo’n € 8,5 miljard. Dat klinkt als veel geld en dat is het natuurlijk ook. Tegelijkertijd is de totale Europese begroting “slechts” ongeveer 1,26% van het bruto binnenlands product van alle Europese lidstaten samen. Het NRPP is een van de vele instrumenten binnen deze begroting, en Nederland ontvangt daarvan ongeveer 1%. Bovendien kan dit bedrag nog veranderen: verschillende lidstaten, waaronder Nederland zelf, dringen aan op een lagere afdracht en daarmee een kleinere EU-begroting.

Nog een belangrijke kanttekening bij de “ringfencing” binnen het NRPP: de Europese Commissie legt vooraf vast waaraan Nederland dit geld wel en niet mag besteden. Lidstaat Nederland kan en mag deze miljarden dus niet zomaar naar eigen wens besteden. De Europese Commissie heeft ongeveer € 6,5 miljard al geoormerkt voor specifieke doelen: inkomenssteun en investeringen voor de landbouw (€ 5 miljard), migratie en veiligheid (€ 800 miljoen), en het Sociaal Klimaatfonds (€ 600 miljoen). Voor de snelle rekenaars blijft daarmee ongeveer € 2 miljard over die Nederland “vrij” kan inzetten.

Ook op het totale NRPP-budget gelden aanvullende eisen: 14% moet naar sociale doelen, en 43% naar klimaat- en milieudoelen. Voor de sociale eis van 14% staat vast dat dit bedrag uit de vrije ruimte komt. Nederland berekent deze eis over het budget zonder de geoormerkte landbouwmiddelen: € 8,5 miljard min € 5,1 miljard is € 3,4 miljard. 14% daarvan is ongeveer € 500 miljoen.

Voor de klimaat- en milieueis van 43%, ongeveer € 3,7 miljard, ligt dat anders. Nederland wil deze eis zoveel mogelijk dekken vanuit de geoormerkte landbouwmiddelen. Zeker is dat nog niet: mogelijk moet ook hiervoor een deel uit de vrije ruimte komen, maar hoeveel precies is nog niet bekend.

Van de € 2 miljard gaat dus in elk geval € 500 miljoen naar de sociale eis, waarmee € 1,5 miljard overblijft. Of dit bedrag ook echt overblijft, hangt af van hoeveel van de klimaat- en milieueis nog uit de vrije ruimte moet komen.

Deze vrije ruimte moet Nederland verdelen over onder andere steun voor landbouw en plattelandsgebieden, en regionale economie en innovatievermogen. De Europese Commissie heeft ook een rurale doelstelling voorgesteld: een vast percentage van de maatregelen moet in plattelandsgebieden landen. Als dit doorgaat, wordt de vrije ruimte nog kleiner.

Interventievelden & Prestatieraamwerk

De Europese Commissie bepaalt de bijdrage aan milieu- en klimaat- of sociale doelen, die zo belangrijk zijn voor de invulling van de “vrije” ruimte, op basis van het Prestatieraamwerk dat zij heeft vastgesteld. Bijlage 1 van dit Prestatieraamwerk vormt het technisch fundament van alle programma’s binnen het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Dat wil zeggen: ieder Europees programma binnen het MFK bestaat onderliggend uit meerdere zogenoemde interventievelden uit deze bijlage. Een interventieveld is, kort gezegd, een omschrijving van het type maatregel dat een programma uitvoert.

Voor de komende programmaperiode kunnen programma’s kiezen uit maar liefst 543 maatregelen, verdeeld over categorieën als energie, sociaal, onderzoek en innovatie, of transport. Ieder interventieveld heeft daarbij een vast coëfficiënt van 0%, 40% of 100% op vier categorieën: mitigatie van klimaatverandering (CCM), adaptatie aan klimaatverandering (CCA), milieu (ENV) en sociaal (SOC). Onderstaande tabel laat dit zien aan de hand van drie voorbeelden:

Tabel 1: Voorbeelden interventievelden, beleidsthema’s (categorieën) en coëfficiënten.

Deze coëfficiënten bepalen hoeveel van elke euro die programma’s aan een maatregel uitgeven, mag meetellen voor de 43%-doelstelling op klimaat- en milieudoelen en de 14%-doelstelling op sociale doelen. Ieder interventieveld is ook gekoppeld aan output- en resultaatindicatoren. Vooral die outputresultaten zijn juist belangrijk, want betalingen vanuit Europa aan de lidstaat hangen af van in hoeverre programma’s de gestelde outputindicatoren behalen.

Eén provinciale inzet

Provincies kunnen iedere euro maar één keer inzetten. Provincies moeten dus keuzes maken binnen de “vrije” ruimte van het NRPP. Dat geldt zowel voor keuzes tussen thema’s (investeren we liever in innovatie, in onze plattelandsgebieden of in het activeren van kwetsbare groepen in de samenleving?) als voor keuzes binnen thema’s zelf (investeren we voor innovatie liever in waterstof, in cyberveiligheid of in plantaardige eiwitten?). In eerste instantie zijn dit natuurlijk beleidskeuzes die bestuurders moeten maken.

Het is voor provincies aan te raden om hun regionale beleidsdoelen naast de Europese doelstellingen en interventievelden uit het Prestatieraamwerk te leggen. Zo bepalen ze waar inzet binnen het NRPP logisch is, en waar niet. Dat heeft in de planvormingsfase een aantal belangrijke voordelen.

  • Allereerst helpt deze aanpak provincies keuzes te maken. Alleen waar Europese en regionale doelen elkaar raken, ligt inzet binnen het NRPP voor de hand. Waar regionale doelen aansluiten bij Europese doelen, kunnen interventievelden helpen bepalen wat waar in het NRPP moet landen.
  • Daarnaast helpt het als provincies keuzes maken op basis van deze aansluiting tussen regionale en Europese doelen: dat betrekt stakeholders effectiever. In plaats van dat provincies in de volle breedte ideeën ophalen, kunnen ze gestructureerd het draagvlak bepalen en inschatten of organisaties de maatregelen ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren.
  • Tot slot ontstaat op deze manier een gezamenlijk overzicht. Daarmee kunnen provincies onderlinge verbanden vinden en hun inzet binnen het NRPP beter op elkaar afstemmen.

Tabel 2: Voorbeeld koppeling beleidsdoelen, Europese doelstellingen NRPP en interventievelden.

Wanneer provincies hun inzet expliciet maken aan de hand van interventievelden, kunnen zij bijvoorbeeld gezamenlijk bekijken hoe ze een bijdrage aan klimaat- en milieudoelen slim verdelen. Sommige provincies willen dan vanuit hun eigen behoefte juist meer op deze onderwerpen inzetten, andere juist minder.

Startklaar zijn in 2028

Beleidsdoelen nu al koppelen aan concrete interventievelden dient ook nog een ander doel. Zoals gezegd vormen interventievelden de basis voor ieder Europees programma. Zodra Nederland het NRPP uiterlijk eind 2027 heeft ingediend, moet het deze programma’s nog schrijven. Het werk is daarom verre van klaar wanneer Nederland zijn plan bij de Commissie indient. Nederland moet ook tijd besteden om indicatoren en governancestructuren te bepalen en IT-systemen in te richten. Vooral voor indicatoren en IT-systemen loont het om al vroeg aan te sluiten op de “techniek” van Europese programma’s.

Conclusie

De ruimte binnen het NRPP is beperkt. Dat maakt het des te belangrijker dat provincies en gemeenten gericht bepalen waar zij hun middelen willen inzetten. Door regionale beleidsdoelen te koppelen aan de Europese doelstellingen en interventievelden, kunnen zij onderbouwde keuzes maken en voorkomen dat middelen over te veel thema’s of programma’s versnipperen.

ERAC ondersteunt organisaties bij het maken en onderbouwen van deze keuzes. Daarvoor kunnen we onder meer onze interactieve werkvorm inzetten, waarin beleidsdoelen worden gekoppeld aan de mogelijkheden binnen het NRPP.

Wilt u weten wat dit voor uw organisatie betekent? Neem dan contact op met Steven Berens.

Meer weten?

Ik help u graag.

Adviseur
Steven Berens

+316 57 614 897
stevenberens@erac.nl

    voorwaarden