Het NRPP en “Ringfencing”
Het NRPP moet een koepel vormen van verschillende “decentrale” programma’s uit de huidige programmaperiode, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Just Transition Fund (JTF), het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), het Europees Maritieme, Visserij- en Aquacultuurfonds (EMVAF) en het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+). Nederland ontvangt, op basis van de voorstellen van de Europese Commissie van juli 2025, ongeveer 1% van het totale NRPP-budget: zo’n € 8,5 miljard. Dat klinkt als veel geld en dat is het natuurlijk ook. Tegelijkertijd is de totale Europese begroting “slechts” ongeveer 1,26% van het bruto binnenlands product van alle Europese lidstaten samen. Het NRPP is een van de vele instrumenten binnen deze begroting, en Nederland ontvangt daarvan ongeveer 1%. Bovendien kan dit bedrag nog veranderen: verschillende lidstaten, waaronder Nederland zelf, dringen aan op een lagere afdracht en daarmee een kleinere EU-begroting.
Nog een belangrijke kanttekening bij de “ringfencing” binnen het NRPP: de Europese Commissie legt vooraf vast waaraan Nederland dit geld wel en niet mag besteden. Lidstaat Nederland kan en mag deze miljarden dus niet zomaar naar eigen wens besteden. De Europese Commissie heeft ongeveer € 6,5 miljard al geoormerkt voor specifieke doelen: inkomenssteun en investeringen voor de landbouw (€ 5 miljard), migratie en veiligheid (€ 800 miljoen), en het Sociaal Klimaatfonds (€ 600 miljoen). Voor de snelle rekenaars blijft daarmee ongeveer € 2 miljard over die Nederland “vrij” kan inzetten.
Ook op het totale NRPP-budget gelden aanvullende eisen: 14% moet naar sociale doelen, en 43% naar klimaat- en milieudoelen. Voor de sociale eis van 14% staat vast dat dit bedrag uit de vrije ruimte komt. Nederland berekent deze eis over het budget zonder de geoormerkte landbouwmiddelen: € 8,5 miljard min € 5,1 miljard is € 3,4 miljard. 14% daarvan is ongeveer € 500 miljoen.
Voor de klimaat- en milieueis van 43%, ongeveer € 3,7 miljard, ligt dat anders. Nederland wil deze eis zoveel mogelijk dekken vanuit de geoormerkte landbouwmiddelen. Zeker is dat nog niet: mogelijk moet ook hiervoor een deel uit de vrije ruimte komen, maar hoeveel precies is nog niet bekend.
Van de € 2 miljard gaat dus in elk geval € 500 miljoen naar de sociale eis, waarmee € 1,5 miljard overblijft. Of dit bedrag ook echt overblijft, hangt af van hoeveel van de klimaat- en milieueis nog uit de vrije ruimte moet komen.
Deze vrije ruimte moet Nederland verdelen over onder andere steun voor landbouw en plattelandsgebieden, en regionale economie en innovatievermogen. De Europese Commissie heeft ook een rurale doelstelling voorgesteld: een vast percentage van de maatregelen moet in plattelandsgebieden landen. Als dit doorgaat, wordt de vrije ruimte nog kleiner.



