In Nederland krijgt één op de twee mensen kanker. Eén op de vijf mensen krijgt dementie, bij vrouwen is dat zelfs één op de drie. En elke dag krijgt tenminste één persoon in Nederland de diagnose multiple sclerose. Cijfers die niet alleen een enorme maatschappelijke last vertegenwoordigen, meer dan 17 miljard euro per jaar aan directe zorgkosten, maar vooral ontzettend veel persoonlijk leed.
Toch zit er licht aan het eind van de tunnel. En dat licht schijnt vanuit Amsterdam, waar een revolutionair onderzoekscentrum laat zien wat er mogelijk is als je grenzen durft te doorbreken.
De kracht van tegenpolen
Adore, het Amsterdam Oncology & Neuroscience Research centrum, brengt op het eerste gezicht twee werelden samen die ver van elkaar lijken te staan. Aan de ene kant kankeronderzoek, waar onderzoekers worstelen met ongecontroleerde celgroei. Aan de andere kant neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer en MS, waar juist cel afbraak niet meer te stuiten is. Twee kanten van dezelfde medaille, zou je kunnen zeggen.
Die vergelijking is niet zomaar gekozen. Rafael Smit, projectleider bij Amsterdam UMC, legt uit dat bij een gezond mens de balans tussen celgroei en cel afbraak in evenwicht blijft. Je blijft recht overeind. Maar bij ziekte val je naar de ene of de andere kant. En dat riep de vraag op of die twee processen met elkaar te maken hebben en of we daar iets van elkaar kunnen leren.
Nieuwsgierigheid als motor
Het antwoord op die vraag vormde de basis voor wat nu de eerste neuro-onco campus ter wereld is. Meer dan 2000 onderzoekers, ongeveer gelijk verdeeld over oncologie en neurowetenschappen, werken er sinds kort (14 mei 2025) zij aan zij in een gloednieuw gebouw bij het Amsterdam UMC.
De weg naar dit unieke centrum was er niet één van toeval. Amsterdam UMC ontstond in 2017-2018 uit de fusie tussen VUmc en AMC. Die samenvoeging vroeg om slimme keuzes omdat een compleet nieuw onderzoekscentrum bouwen financieel niet haalbaar was. Daarom werden de twee belangrijkste onderzoekslijnen op de VUmc-locatie geconcentreerd. En toen werd het pas echt interessant.
Want wat gebeurt er als je twee groepen hooggespecialiseerde onderzoekers bij elkaar zet? Aanvankelijk was er scepsis. Iedereen is gewend om binnen de eigen discipline te communiceren, om alle ontwikkelingen daar nauwlettend te volgen. De expertise is diepgaand, en dat vraagt veel aandacht. Stappen buiten je eigen vakgebied is lastig. Maar juist in die grensgebieden, daar ontstaan de interessante ideeën.
Bij (koffie)apparaten ontstaan doorbraken
Het begon pragmatisch met de vraag welke onderzoeksapparatuur beide groepen gebruikten. Die simpele vraag leverde verrassend verhelderende antwoorden op. Naast zeer specifieke, vakgebonden instrumenten was er een grote gemene deler. Dat werd het eerste concrete argument om beide instituten fysiek bij elkaar te brengen. En het bleef niet bij gedeelde microscopen en analysesystemen.
De échte doorbraak komt van de inhoudelijke kruisbestuiving. Een mooi voorbeeld is het onderzoek naar immuuntherapie bij bloedkanker. Waar traditionele chemotherapie een succespercentage heeft van ongeveer 25 procent, ligt dat bij immuuntherapie richting de 90 procent. Niet omdat chemotherapie niet krachtig genoeg is, maar omdat mensen individueel biologisch anders reageren op stoffen. Bij immuuntherapie wordt het eigen afweersysteem van de patiënt ingezet en dat werkt vele malen effectiever.
Nu komt het interessante deel, neurowetenschappers bij Adore redeneren door op diezelfde lijn. Wat kunnen we leren van die immuuntherapie? Hoe zouden we dat kunnen toepassen bij neurodegeneratieve aandoeningen? Het zijn vragen die je alleen stelt als je elkaar kent, als je elkaar dagelijks tegenkomt bij het koffieapparaat, als je echt kunt samenwerken.
Een gebouw dat COVID overleefde
Ook het proces naar het nieuwe gebouw vertelt een verhaal over veerkracht en aanpassingsvermogen. Het oorspronkelijke ontwerp was ambitieus, met veel individuele kantoorruimtes voor alle onderzoekers. Vlak voor COVID-19 was het ontwerp klaar en ging het de markt op. Toen brak de pandemie uit. Bouwprijzen schoten de pan uit, arbeidskrachten waren schaars. De aanbesteding mislukte ronduit, het budget werd vele malen overschreden.
Terug naar de tekentafel dus. Maar met een belangrijke les. Al die individuele kamertjes waren niet meer van deze tijd. Thuiswerken kan, moet kunnen. Mensen hoeven niet fulltime op kantoor te zijn. Maar als je elkaar wilt ontmoeten, en dat is nodig voor innovatie, dan moet dat wél kunnen. Ook tijdens een eventuele nieuwe pandemie.
Het herontwerp leidde tot een COVID-proof gebouw met veel ontmoetingsruimtes waar onderzoekers op gepaste afstand elkaar kunnen zien, kunnen brainstormen, kunnen samenwerken. Een gebouw dat letterlijk en figuurlijk ruimte biedt voor de kruisbestuiving die Adore zo bijzonder maakt.
De rol van visie en verbinding
Anne Sampson, adviseur bij ERAC en sinds zes jaar betrokken bij dit project, benadrukt het belang van geduld. De échte impact van dit soort projecten komt pas veel later. Dat kost tijd, maar ook een heldere visie van waar je naartoe wilt. En die visie was er.
Mensen als Geert Kazemier, Philip Scheltens en Guus van Dongen zetten een krachtige propositie neer. Een propositie waarmee je niet alleen bedrijfsleven enthousiasmeert, maar ook publieke organen die subsidies verstrekken. Als je visie goed staat, krijg je mensen mee. Dat geldt voor partners uit het bedrijfsleven, maar ook voor overheden.
ERAC ondersteunde dit traject door expertise in te brengen op het gebied van subsidiestrategie en projectfinanciering. Want zo’n ambitieus plan vraag om een doordachte aanpak, waarbij verschillende financieringsbronnen slim worden gecombineerd. Het ging niet alleen om het binnenhalen van middelen, maar vooral om het creëren van een financieel solide basis voor langdurig, grensverleggend onderzoek.
Kennis met resultaat
Wat Adore bijzonder maakt, is niet alleen de samenwerking tussen disciplines, maar ook de bewuste focus op valorisatie. Voor Amsterdam UMC betekent dat het omzetten van kennis en expertise daadwerkelijk iets opleveren voor patiënten en samenleving. Het gaat verder dan patenten en economische waarde, hoewel die er ook zijn. De vraag is hoe onderzoeksresultaten de stap maken van het lab naar praktijk en welke keuzes daarbij nodig zijn.
Bij Adore betekent dat bijvoorbeeld dat onderzoekers vanaf het begin nadenken over de vertaalslag van lab naar kliniek. Hoe maak je van een wetenschappelijke doorbraak in immuuntherapie een behandeling die artsen daadwerkelijk kunnen gebruiken? Welke partners uit het bedrijfsleven heb je nodig? En hoe financier je de ontwikkeling van nieuwe therapieën?
Hier ligt een belangrijke rol voor organisaties zoals ERAC. Het verbinden van fundamenteel onderzoek met praktische toepassing, het organiseren van de juiste financieringsmix, het bij elkaar brengen van kennis en kapitaal. Dat is precies waar valorisatie om draait. En waar Nederland, ondanks zijn sterke wetenschappelijke basis, nog een slag te maken heeft vergeleken met landen als de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk.
Een betere toekomst, samen
Adore is meer dan een gebouw of een verzameling onderzoekers. Het is een belofte. Een belofte dat we ziekten die miljoenen mensen treffen niet langer in hokjes hoeven te stoppen. Dat we niet alleen binnen onze eigen discipline hoeven te denken. Dat we juist door samen te werken, door elkaars vragen te stellen, sneller vooruitgang kunnen boeken.
De komende jaren zal Adore verder groeien, meer samenwerkingen aangaan met partners binnen en buiten Nederland, en meer onderzoekers aantrekken. De droom? Dat inzichten van de ene discipline leiden tot nieuwe therapieën in de andere. Dat patiënten met Alzheimer of MS profiteren van doorbraken in kankeronderzoek. En omgekeerd.
Het is een mooi voorbeeld van wat er mogelijk is als je de moed hebt om dingen anders te doen. Als je nieuwsgierigheid serieus neemt. En als je beseft dat de grootste doorbraken vaak ontstaan op de plek waar disciplines elkaar raken. Precies daar, in dat kruispunt, ligt de toekomst van de geneeskunde. Impact gegarandeerd.
Beluister ook de volledige podcast voor meer details.