Blog
Evaluatie
10 december 2025

SDG-methodiek bij tussentijdse evaluaties

Veel NGF-programma’s zoeken een manier om hun impact zichtbaar te maken terwijl de uitvoering nog loopt. Hoe zorgt u dat voortgang helder wordt zonder dat de monitoring onnodig zwaar wordt?

In dit blog laten Celine van Soest en Saskia Langbroek zien hoe u dit praktisch en gestructureerd kunt aanpakken met duidelijke doelen, passende indicatoren en een herkenbaar kader met SDG’s.

Waarom tussentijds evalueren steeds belangrijker wordt

Het Nationaal Groeifonds vraagt om onderbouwde aannames, duidelijke doelen en zichtbare voortgang. De tussentijdse evaluatie is daarom geen administratieve stap, maar een inhoudelijk moment waarop wordt gekeken of het programma oplevert wat was beoogd. Ook is het vaak bepalend voor de continuering van de Nationaal Groeifonds financiering.

In de praktijk roept dat vaak vragen op. Wat is een logisch meetmoment? Wanneer zegt een indicator werkelijk iets over impact? Hoe brengt u economische en maatschappelijke effecten bij elkaar zonder dat het proces vertraagt? Programma’s merken dat evalueren alleen werkt als indicatoren vanaf het begin onderdeel zijn van het ontwerp. Een Theory of Change helpt om dit inzichtelijk te maken. Deze laat zien hoe activiteiten, outputs en effecten met elkaar verbonden zijn en vormt de basis voor indicatoren die logisch en toetsbaar zijn.

Een tussentijdse evaluatie helpt daarbij om aannames te toetsen, richting te bepalen en tijdig bij te sturen. Het maakt duidelijk waar een programma versnelt, waar ruimte zit en waar extra inspanning nodig is.

Drie typen impact die u altijd moet meenemen

NGF-programma’s verhouden zich tot drie Impact pathways . Deze vereisten komen terug in beoordelingskaders, financiële onderbouwing en monitoringinstrumenten en vormen samen een compleet beeld van het bredere maatschappelijk en economisch effect.

  • Economische impact, verdienvermogen
    Denk aan productiviteitsgroei, export, marktintroductie van technologie of het realiseren van demonstrators en proeffabrieken. Deze effecten laten zien hoe een programma bijdraagt aan duurzaam verdienvermogen.
  • Duurzame impact
    Hier gaat het om effecten die bijdragen aan milieu en klimaat. Bijvoorbeeld CO₂-reductie, circulariteit, schonere processen of de inzet van duurzame energie. Deze resultaten zijn vaak goed te meten, maar vragen om betrouwbare definities en methoden.
  • Sociale en ethische impact, maatschappelijke effecten
    Dit gaat over de invloed op mens en samenleving. Denk aan onderwijs, vaardigheden, gezondheid, digitale toegankelijkheid of leefomgeving. Soms lastiger in één getal te vatten, maar wel essentieel voor de waarde die een innovatie op lange termijn levert.

Veel programma’s hebben een duidelijke hoofdfocus, maar hebben minder oog voor een gestructureerde monitoring tool op de bovengenoemde impact pathways. Precies dat is wat het NGF wil stimuleren en beoordelen.

Waarom de SDG-methodiek zo goed werkt voor NGF-programma’s

De Sustainable Development Goals vormen een internationaal erkend raamwerk van doelen en indicatoren. Ze zijn breed genoeg om alle typen impact te omvatten en concreet genoeg om richting te geven. Daarom zijn ze zo bruikbaar voor NGF-programma’s.

SDG’s helpen:
• structuur te brengen in discussies over doelen
• keuzes te maken in welke effecten het belangrijkst zijn

Ze bieden een gedeelde taal die herkenbaar is voor beleidsmakers, beoordelaars en partners. Dat maakt resultaten beter uitlegbaar en vergroot de vergelijkbaarheid tussen programma’s.

Het doel is niet om alle 248 wereldwijde indicatoren te gebruiken. Het gaat om een selectie die logisch aansluit op het programmadoel. Een technologieprogramma past vaak bij SDG 9 Industrie, innovatie en infrastructuur. Een circulair initiatief sluit aan op SDG 12 Verantwoorde consumptie en productie. Een onderwijs- of vaardigheidsproject beweegt richting SDG 4 Kwaliteitsonderwijs.

Door de SDG’s te gebruiken ontstaat richting in de meetstructuur. Programma’s hoeven minder zelf te definiëren en kunnen aansluiten op een raamwerk dat breed wordt gedragen.

Van Theory of Change naar een werkbaar SDG-dashboard

Een goed evaluatiekader ontstaat wanneer programmadoelen, indicatoren en meetmethoden elkaar logisch versterken. In de praktijk werkt dit het beste wanneer u de structuur simpel houdt.

Een veelgebruikte aanpak bestaat uit vijf stappen.

  1. Relevante SDG’s bepalen
    Kies de doelen die direct raken aan de beoogde impact. Het gaat om focus, niet volledigheid.
  2. Indicatoren kiezen
    Gebruik SDG-indicatoren als basis en vul ze aan met sectorspecifieke KPI’s. Denk aan aantallen proeffabrieken, CO₂-reductie, patentaanvragen of vaardigheden in het onderwijs.
  3. Realistische targets formuleren
    Doelen werken alleen wanneer ze haalbaar en meetbaar zijn. Zet ze op basis van realistische groei en onderbouwde verwachtingen.
  4. Meetmethoden bepalen
    Gebruik geverifieerde projectgegevens, CBS-data, klantgegevens of erkende protocollen zoals het Greenhouse Gas Protocol. Transparantie maakt evaluaties betrouwbaarder.
  5. Voortgang monitoren en duiden
    Het dashboard is geen eindpunt, het is een hulpmiddel. Het laat cijfers zien en maakt zichtbaar waar versnelling optreedt, waar vertraging ontstaat en welke maatregelen nodig zijn om doelen te halen.

Wanneer deze stappen één geheel vormen, ontstaat een evaluatiekader dat overzichtelijk, inzichtelijk en werkbaar is.

De meerwaarde voor NGF-programma’s

Programma’s die de SDG-methodiek in tussentijdse evaluaties inzetten, krijgen belangrijke voordelen in handen. Ze kunnen voortgang overtuigend onderbouwen in lijn met de Theory of Change en gesprekken met financiers, beoordelaars en partners worden eenvoudiger en inhoudelijker. Bovendien wordt sneller duidelijk waar de impact daadwerkelijk ontstaat.

De essentie is transparantie en sturing. Een goed ingericht evaluatiekader ondersteunt beslissingen, laat zien waar waarde wordt gecreëerd en maakt de economische, duurzame en maatschappelijke bijdragen van een programma zichtbaar. Dat vergroot het draagvlak en versterkt de kans op vervolgfinanciering.

Conclusie

De SDG-methodiek in tussentijdse evaluaties maken NGF-programma’s sterker. Ze helpen om beter te sturen, scherper te kiezen en de impact duidelijker te maken. Door vanaf de start te werken met heldere aannames, passende indicatoren en een realistisch dashboard ontstaat een evaluatieproces dat herkenbaar verantwoordt en richting geeft.

Meer weten?
Wij helpen helpen u graag verder.