Hoe u van een beleidsambitie een uitvoerbaar project maakt
Coalitieakkoorden zijn gesloten en ambities vastgelegd. Nu begint de uitvoering. Hoe vertaalt u die ambities naar projecten die daadwerkelijk bijdragen aan de maatschappelijke opgaven?
Een subsidie is geen startpunt, maar het resultaat van een goed ontwikkeld project. De keuzes die tijdens de projectontwikkeling worden gemaakt, bepalen niet alleen de kwaliteit van een subsidieaanvraag, maar ook of een project daadwerkelijk bijdraagt aan de maatschappelijke opgave waarvoor het is ontwikkeld.
Martijn van der Helm, Hubert Rovers en Josha Ober zien daarin steeds dezelfde patronen terug. In dit artikel bespreken zij vijf valkuilen die de ontwikkeling van maatschappelijke projecten onnodig ingewikkeld maken.
Valkuil 1. Beginnen bij de subsidie in plaats van bij de opgave
Een interessante subsidieregeling kan verleidelijk zijn, zeker wanneer budgetten onder druk staan. Het risico is dat het project zich gaat voegen naar de regeling, terwijl de oorspronkelijke beleidsambitie langzaam uit beeld verdwijnt.
Begin daarom niet bij de subsidie, maar bij de maatschappelijke opgave. Breng eerst scherp in beeld welk probleem u wilt oplossen, welke verandering u wilt bereiken en welke aanpak daarvoor nodig is. Onderzoek vervolgens welke subsidieregeling daarbij aansluit. Een subsidie ondersteunt een goed project. Niet de subsidie bepaalt het project, maar het project bepaalt welke subsidie past.
Valkuil 2. Een aanpak zonder duidelijke onderbouwing
Projecten starten geregeld met activiteiten. Er wordt een pilot opgezet, een programma ontwikkeld of een samenwerking gestart. Daardoor blijft soms onderbelicht waarom die aanpak tot het gewenste resultaat zou moeten leiden.
Een goede interventielogica laat zien hoe het probleem, de doelgroep, de gekozen aanpak en de beoogde resultaten met elkaar samenhangen. Beschrijf daarom niet alleen welke activiteiten u uitvoert, maar ook waarom deze bijdragen aan de gewenste verandering en hoe u het resultaat gaat meten.
Neem bijvoorbeeld een gemeente die jongeren sneller naar werk wil begeleiden. Zonder duidelijke onderbouwing waarom coaching, trainingen of werkgeversbijeenkomsten aan dat doel bijdragen, wordt het lastig om keuzes te maken en effecten aan te tonen. Betrek ook de doelgroep bij het ontwikkelen van de aanpak. Hun ervaringen helpen om een project beter aan te laten sluiten op de opgave.
Valkuil 3. Onduidelijke verantwoordelijkheden
Samenwerking verloopt aan het begin van een project meestal vanzelfsprekend. Pas wanneer prioriteiten veranderen, capaciteit onder druk komt te staan of besluiten moeten worden genomen, blijkt of verantwoordelijkheden echt goed zijn belegd.
Leg daarom vooraf vast wie besluiten neemt, risico’s beheert en verantwoordelijk is voor de subsidieaanvraag, de uitvoering en de verantwoording. Zeker binnen regionale samenwerkingen voorkomt dat vertraging, onduidelijkheid en discussies tijdens de uitvoering. Ook subsidieverstrekkers beoordelen of een project organisatorisch goed is ingericht. Heldere governance laat zien dat verantwoordelijkheden duidelijk zijn belegd en dat een project uitvoerbaar is.
Valkuil 4. Partners kiezen omdat het moet
Een groot consortium is niet automatisch een sterk consortium. De kracht zit in partners die elkaar aanvullen en elkaar nodig hebben om het project tot een succes te maken. Een consortium met meerdere gemeenten en kennisinstellingen kan op papier indrukwekkend ogen. Wanneer partners grotendeels dezelfde expertise inbrengen en niemand verantwoordelijk is voor implementatie of opschaling, blijft de meerwaarde beperkt.
Een goed voorbeeld is een grensoverschrijdend Interreg-project waarin zorgorganisaties en ambulancediensten samenwerken aan een dekkend ambulancenetwerk. Iedere partner brengt een eigen expertise in en is afhankelijk van de andere partijen om de dienstverlening te verbeteren. Die onderlinge afhankelijkheid maakt het consortium sterk en zorgt ervoor dat de samenwerking ook na afloop van het project waarde houdt.
Succesvolle samenwerkingen ontstaan vanuit een gezamenlijke opgave. Partners vullen elkaar aan, vervullen ieder een eigen rol en zijn afhankelijk van elkaars expertise. Daardoor blijft de samenwerking vaak ook na afloop van een subsidieproject bestaan.
Valkuil 5. De uitvoering onderschatten
Een subsidie binnenhalen is één stap. Daarna begint het echte werk. Een projectleider krijgt naast het subsidieproject vaak ook andere dossiers onder zijn verantwoordelijkheid. Daardoor schuiven rapportages op en wordt het lastiger om aan de deadline van de subsidieverstrekker te voldoen. Ook de financiële administratie blijkt niet altijd ingericht op de subsidievoorwaarden. Dat leidt tijdens de uitvoering al snel tot vertraging.
Breng daarom al tijdens de projectontwikkeling in beeld welke capaciteit en expertise nodig zijn voor projectmanagement, monitoring, administratie en verantwoording. Neem vervolgens bewust een go-/no-go-besluit en bepaal of de organisatie voldoende toegerust is om het project succesvol uit te voeren. Een toegekende subsidie zonder voldoende capaciteit en expertise vergroot de kans op vertraging tijdens de uitvoering..
Een stevige basis voor een succesvol project
Projectontwikkeling stopt niet zodra een subsidieaanvraag wordt ingediend. De keuzes die aan het begin van een project worden gemaakt, bepalen hoe soepel de uitvoering verloopt en hoeveel ruimte er onderweg is om bij te sturen.
Daarom ondersteunt ERAC meerdere gemeenten bij het aanscherpen van projectideeën, het vormgeven van samenwerkingen en het verbinden van beleidsambities aan passende financieringsmogelijkheden. Die ondersteuning kan op verschillende momenten in de projectontwikkeling worden ingezet, afhankelijk van de vraag en de fase waarin een project zich bevindt.
