Blog
Financiering
18 december 2025

Zonder Europese samenwerking wint Nederland de innovatiestrijd niet

Het rapport van Peter Wennink dat op 12 december werd gepubliceerd, heeft in Nederland veel aandacht gekregen. In navolging van de rapporten van Mario Draghi en Enrico Letta kreeg hij de opdracht om kritisch te kijken naar het toekomstig verdienvermogen van Nederland. Met zijn achtergrond in de hightechindustrie ligt de nadruk op technologie, innovatie en internationale concurrentiekracht. Die focus is herkenbaar en begrijpelijk, maar het rapport staat niet los van het bredere Europese debat.

Pieter Liebregts onderzoekt in dit artikel wat het rapport betekent wanneer het wordt geplaatst in Europese context.

pieter liebregts

Pieter Liebregts
Senior adviseur

De analyses van Draghi en Letta hebben de discussie zichtbaar beïnvloed en in Brussel verschuift de aandacht naar de vraag waar investeringen het meeste effect hebben en hoe Europa zijn concurrentiepositie kan versterken. Het nieuwe Meerjarig Financieel Kader speelt daarin een rol van betekenis. Wie de innovatie- en kennisstrijd met de VS en China serieus neemt, ziet dat nationale oplossingen tekortschieten.

De economie reikt verder dan hightech

Het Wennink-rapport maakt overtuigend duidelijk dat Nederland moet blijven investeren in onderzoek, ontwikkeling en een aantrekkelijk vestigingsklimaat, inclusief private investeringsmogelijkheden voor het MKB. Dat is nodig om internationaal relevant te blijven. Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat de Nederlandse economie breder is dan hightech en deeptech. In veel sectoren wordt groei vooral begrensd door de beschikbaarheid van mensen. Zorg, energie, agro, logistiek en maakindustrie draaien op volle kracht en lopen vast op structurele personeelstekorten. Voor deze sectoren bepalen productiviteit, vaardigheden en arbeidsmobiliteit in hoge mate de ruimte voor ontwikkeling.

Wennink stelt in zijn rapport dat: “We moeten kiezen om de randvoorwaarden voor een hoogproductieve economie te creëren. We moeten daar binnen vier categorieën snel actie op ondernemen: Versnel vergunningverlening en versimpel regels; Kies voor het talent dat de toekomst nodig heeft; Zorg voor betaalbare en betrouwbare energie; en Versterk de economische infrastructuur.”

Deze boodschap is onmiskenbaar en vraagt op korte termijn om actie. Het ligt voor de hand dat het nieuwe kabinet hier prioriteit aan geeft. Maar er is meer nodig dan deze binnenlandse problematiek. De crux zit in de ondertitel: “een sterk Nederland in een relevant Europa”. Ons land is met zijn open economie geen eiland en profiteert van oudsher maximaal van Europese samenwerking. Investeren in het innovatief vermogen blijft noodzakelijk. Toch is het net zo belangrijk om gebruik te maken van de kansen en de mogelijkheden in Europa zodat investeringen meer opleveren en Nederland kan profiteren van partners die helpen versnellen en opschalen.

Europese samenwerking vraagt een andere manier van organiseren

Wie Europees wil samenwerken, krijgt te maken met een andere manier van organiseren. Europese projecten ontstaan in consortia en brengen bedrijven, kennisinstellingen en overheden samen, vaak over landsgrenzen heen. Scherpe keuzes en een heldere positie binnen Europese beleidsdoelen zijn daarvoor vereist.

Hier raakt de discussie aan het nieuwe Meerjarig Financieel Kader. In het MFK wordt bepaald welke thema’s en samenwerkingsvormen centraal staan en hoe middelen worden ingezet.

Europese autonomie en strategische technologie

Sectoren die hier tijdig op inspelen vergroten hun kans om aan te sluiten bij programma’s die gericht zijn op structurele samenwerking en opschaling.

Het versterken van de Europese technologische positie heeft zowel een economische opgave als een harde geopolitieke noodzaak. Wie technologisch niet meetelt, zit internationaal niet aan tafel – en wie niet aan tafel zit, staat op het menu. Die risicovolle afhankelijkheden worden het duidelijkst zichtbaar in vier maatschappelijke domeinen.[1]

  • Digitalisering en AI
  • Veiligheid en weerbaarheid
  • Energie- en klimaattechnologie
  • Life sciences en biotechnologie

Digitalisering en AI bepalen in grote mate de efficiëntie en veiligheid van de economie en de overheid. Veiligheids- en defensietechnologie beïnvloeden de stabiliteit bij toenemende geopolitieke spanningen. Energie- en klimaattechnologie spelen een belangrijke rol in de transitie naar een duurzame economie. En Life sciences en biotechnologie liggen aan de basis van gezondheid, voedselzekerheid en medicijnvoorziening. Juist in deze gebieden maken eenzijdige afhankelijkheden ons kwetsbaar, omdat ze onze zeggenschap over essentiële onderdelen van de economie en samenleving beperken. Het zijn domeinen waarin Nederland en de EU niet overgeleverd willen zijn aan andere landen.

Zoals eerder al gesteld in het artikel Europa herschrijft het speelveld – ERAC verandert de inzet van de EU zowel thematisch als organisatorisch. In het nieuwe European Competitiveness Fund inclusief Horizon komen bovenstaande thema’s nadrukkelijk terug en biedt dat voor Nederlandse partners kansen. Nederlandse organisaties scoren bij uitstek hoog op Europese calls zoals Horizon en Interreg. In onze monitor waarin we alle Nederlandse subsidies bijhouden zien we dat Nederlandse partijen aanzienlijk resultaat behalen binnen deze programma’s. In de huidige periode is al ruim € 7 miljard aan subsidies opgehaald uit onder meer Horizon.

Binnen programma’s als Horizon Europe, EIC, Interreg en Erasmus+ is ruimte voor samenwerking rond skills, scholing, ketenversterking en het opschalen van innovaties. Deze thema’s sluiten direct aan bij de prioriteiten die Europa de komende jaren stelt. Voor veel sectoren blijven deze kansen  buiten beeld omdat de dagelijkse praktijk alle aandacht vraagt, waardoor het lastig is de stap naar Europese samenwerking te zetten.

Wennink stelt dat Nederland moet investeren met een geïntegreerde financieringsmix die aansluit bij elke fase van innovatie.  Daarbij hoort een Nationale Investeringsbank (NIB) en een Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie (NABI), bedoeld om publiek geld slim te koppelen aan privaat kapitaal en Europese fondsen. Tegelijk is het van belang om te kijken hoe Europa zelf innovatie gaat financieren.

De plannen van de Europese Commissie laten zien dat er meer mogelijkheden zijn dan alleen subsidies. De Europese Commissie  wil de Europese Investeringsbank (EIB)  en faciliteiten inrichten om de concurrentiekracht in Europa te versterken op de thema’s die hierboven zijn genoemd. In zijn laatste hoofdstuk laat Wennink een stappenplan zien tot 2030. Naast de stappen hij beschrijft is het belangrijk dat er een concrete aansluiting wordt gezocht met de mogelijkheden die het nieuwe MFK biedt.

[1] Rapport Wennink

Europese schaal als randvoorwaarde

De kernvraag is hoe Nederland regionale en sectorale kracht verbindt met Europese schaal. Zonder die verbinding blijven initiatieven versnipperd en blijven kansen liggen. Een koppeling tussen het MFK, regionale investeringsagenda’s en sectorale behoeften geeft richting en samenhang. Europese samenwerking vormt daarmee een randvoorwaarde om innovatie, kennis en arbeid duurzaam te organiseren. Alleen in Europees verband kan Nederland zijn positie behouden nu de concurrentie met de VS en China verder toeneemt. De discussie over innovatie, verdienvermogen en concurrentiekracht raakt de hele economie. Europese samenwerking bepaalt de schaal waarop ons land kan blijven meedoen, vooral in de sectoren waar personeelstekorten, productiviteit en regionale opgaven dagelijks voelbaar zijn.

In vervolgartikelen werken we verder uit wat dit concreet betekent. We gaan in op de Europese programma’s die aansluiten bij verschillende sectoren en op de stappen die nodig zijn om samenwerking en financiering daadwerkelijk van de grond te krijgen, vanuit de praktijk waarin organisaties hun keuzes maken.

Meer weten?

Ik help u graag.

pieter liebregts

Senior adviseur
Pieter Liebregts

+316 53 288 657
pieterliebregts@erac.nl

    voorwaarden